A fine city – Singapore

Singapore bestaat uit verschillende wijken, die we elk op z’n toer een bezoek brengen. Er is de Arabische wijk met tal van restaurantjes en tapijtenwinkels, Chinatown dat het voornamelijk van z’n architectuur moet hebben, en Little India gevuld met fruit- en prullenwinkels. Dan zijn er natuurlijk nog de wolkenkrabberwijken, de chique straten en Marina Bay. Niets van Singapore is ons na 4 dagen nog ongekend.

De Arabische wijk

De voornaamste straten van de Arabische wijk zijn Arab Street en Haji Lane, beiden gezellig en kleurrijke huizen. Arab street is vooral het restaurantenstraatje, en de ene na de andere Libanees staat er dan ook z’n menu aan te prijzen. We krijgen zelfs de garantie dat we niets moeten betalen als we het niet lekker vinden, een nogal komieke situatie lijkt ons. Als je eerst alles opeet en hen dan weet te zeggen dat je het eigenlijk niet lekker vindt, hoe werkt het dan? Iedere menu is zowat hetzelfde, en zelfs de prijzen liggen niet ver van elkaar. Het is dus voornamelijk en keuze maken op de gezelligheid van het restaurant zelf. Maar dat is voor later, honger hebben we nog lang niet.

Vanuit Arab street zijn er talloze kleine straatjes om te verkennen. Het staat er vol van de muurschilderingen, sommigen zijn er zelfs nog volop samen aan bezig. Het zijn vaak echte artiesten die de muur als canvas gebruiken, wat resulteert in prachtige taferelen. Er is zelfs een schilder die sokken aanheeft die perfect matchen met het kunstwerk dat ze aan het creëren is, best een komiek zicht. Langs de moskee door gaan we richting Haji Lane, een smal straatje gekend om z’n gezelligheid. Het komt vooral ‘s avonds tot leven, maar nu kunnen we al volledig begrijpen waarom het zo bekend is. Het zit er vol van de kleine snuisterwinkeltjes, met leuke souveniers en allerlei prullen. Zalig om door te lopen dus! Er zijn ook een paar kleerwinkels, en Ann-Sofie staat natuurlijk meteen te popelen om vanalles te proberen. De juiste maat vinden is hier echter moeilijk, want iedere winkel lijkt maar 1 maat liggen te hebben. Geen kleedje dus, maar we weten zo wel dat Singapore een heel ander aanbod heeft. Een aanbod waarmee we onze rugzak misschien deels kunnen vernieuwen, sommige kledingstukken zijn na een jaar intensief dragen best wel eens aan vernieuwing toe.

China town

Het gevoel in China town is al meteen wat anders. Hogere gebouwen en veel meer rood op straat. Het is een stuk groter om te verkennen, en de sfeer verschilt dan ook per straat. Er zijn kleine straten met witte koloniale huisjes met gaanderijen voor, op andere plaatsen zijn er viervaksbanen en op nog andere mogen (of kunnen) er enkels voetgangers komen. We passeren verscheidene tempels waarbij we het bij de buitenkant houden, de binnenkant hebben we al genoeg gezien. De muurschilderingen hier zijn dan weer ietsje anders, hier beelden ze nagenoeg altijd iets uit. Zij het een simpel straattafereel of iets symbolisch, maar zelden zomaar een weelderige bloemenbos of abstracte kunst.

We slaan weer willekeurig wat straatjes in, want ondertussen hebben we geleerd dat dat de leukste manier is om een regio te verkennen. Zo komen we plots uit op een straat met een gigantisch lange muurschildering, die de evolutie van Chinatown sinds z’n origine helemaal uit de doeken doet, tot hoe het er nu aan toe gaat. Via een klein parkje komen we uit op de achterkant van een hele rij identieke koloniale huizen waarbij de aircos op elkaar gestapeld staan. Zowat iedere achtergevel is ermee volgezet, lang leve de energiebesparingen die Europa probeert door te voeren. Er achter staan dan weer de supermoderne wolkenkrabbers waarvoor Singapore ook gekend staat. Hypermoderne architectuur tegenover de kleine witte huisjes beschrijft perfect hoe Singapore vandaag de dag functioneert. Oud en nieuw, historisch en modern, alles heeft er z’n plaats.

Little India

Ons eigen verblijf bevindt zich in deze regio, en dus passeren we er iedere dag. Het geeft ons wat nostalgie naar het begin van onze trip, toen we nog jong en onervaren waren, die goeie oude tijd. We vinden er al snel een keet die onze dorst kan lessen met milk tea en bruiswater dat goedkoper is dan in de winkel. Geen idee hoe ze erin slagen, maar dat moet je hen natuurlijk niet vragen. Ondanks de gekende mensen en winkeltjes hangt er toch een andere sfeer, betel nut is hier bijvoorbeeld verboden en dus mist die geur uit het straatbeeld, wat ondenkbaar is in India zelf. Al behouden ze echt wel hun eigenheid, en dat is prachtig om te zien. Dezelfde rommel in de winkels, dezelfde handgebaren en begroetingen, hetzelfde eten en dezelfde klederdracht. Indërs laten zich echt door niemand doen, en dat maakt het net zo leuk om ze bezig te zien. Nooit gedacht dat we ooit zo over India gingen voelen, maar het kan verkeren.

De gezelligste plek is zonder twijfel Tang Teng Niah, een pleintje omgeven door uitzonderlijk kleurrijke huizen. Iedere luifel en elke vierkante meter muur heeft een andere kleur. Deels kakofonisch, deels artistiek. De charme aan Little India zit hem echter voornamelijk in het straatleven. De kleine dingen maken het plezant om er in rond te lopen; de mensen die met hun handen eten, een man die een kopje thee drinkt, de was die hangt te drogen. Allemaal kleine dingen die het ontzettend levendig en kleurrijk maken.

Marina Bay (Sands)

Het beeld waarvoor Singapore gekend is, is ongetwijfeld Marina Bay Sands. In de metro heeft het zelfs zijn eigen pijltjes met symbool en al. Marina Bay Sands is een hotel langs de gelijknamige baai (maar dan zonder Sands in de naam) dat bestaat uit drie gebouwen die bovenaan verbonden zijn door een gigantische infinity pool. Het is niet weg te slaan uit de skyline, en samen met de Helix Bridge en het Art Science museum staat het als statussymbool van de welvaart van Singapore. Dat is ook te zien aan het shopping centrum eronder, gevuld met winkels als Gucci, Versace en Rolex. Maar ook een 7-Eleven, en dus kunnen we met trots zeggen dat ook wij zijn gaan shoppen in Marina Bay Sands, doe ons dat maar eens na!

De Architectuur is ontzettend indrukwekkend, en ook bij de inrichting is duidelijk op geen cent gezien. Het wordt wel eens gezegd dat de duurste kamers van een huis de kamers zijn die er niet zijn, en dat wordt hier pas echt duidelijk. De lege ruimte binnenin is zo gigantisch dat het aantal kamers eenvoudigweg verdubbeld zou kunnen worden, maar dat zou natuurlijk afdoen aan de exclusiviteit ervan. Het enige dat voor ons een mysterie gebleven is, is de locatie van de lift(en). Alle muren zijn bol of scheef, en volgens onze technische kennis dient een liftschacht altijd recht te lopen. Het lijkt ons ook niet echt redelijk om je gasten per trap naar hun 600 Euro-per-nacht kamer te sturen op het 34e verdiep.

Gardens by the Bay

Via een lang gangpad vanuit Marina Bay Sands kom je uiteindelijk terecht in Gardens by the Bay, een prachtige artistieke impressie van een bloementuin. Het is een enorm park, en dus keren we meerdere malen terug om telkens een ander deel te verkennen. De basis van de tuin wordt gevormd door een tiental constructies die bloemen voorstellen. Het doet je klein voelen, waarschijnlijk het gevoel dat mieren krijgen als ze naar gewone bloemen kijken. Voor ons het hoogtepunt van heel Singapore, maar net op het moment dat wij er zijn is Toy Story 4 uitgekomen, en dat kan natuurlijk niet ongezien voorbijgaan. Het ganse park staat volgebouwd met tenten en speelkramen, leuk voor de kindjes, minder leuk voor de toeristen. Hoe ontwikkeld ze ook mogen zijn, zoiets gaan ze in Azië echt nooit inzien.

Naast deze bloemen zijn erook nog 3 domes te vinden: Floral Fantasy, Cloud Forest en Flower Dome. Het zijn enorme contructies die binnenin telkens andere klimaten nabootsen. De tickets voor Floral Fantasy zijn per uur te boeken, wat dus planning vergt. Hier zijn we nog nooit sterk in geweest, en dus houden we het bij de Flower Dome en de Cloud Forest.

De Flower Dome toont voornamelijk de verschillende vegetatie van andere regionen in de wereld, van Australië tot Europa en Noord-Amerika. Er staan palmbomen, cacti en struiken zoals we ze in Europa gewoon zijn. Een enorme variëteit, maar weinig bloemen. Er is telkens ook een stuk van de dome in thema, dat om de paar maand verandert. Tijdens ons bezoek is ‘Rose Garden’ het thema, en dus staan er een hele hoop rozenplanten van verschillende soorten geplant. De bijbehorende cupido standbeeldjes maken het romantische plaatje helemaal compleet.

De Cloud forest is echter een stuk meer ons ding. Het simuleert hoogteprofielen via artificiële bevochtiging en temperatuur. Er is een enorme constructie gebouwd in het midden van de dome die gevuld is met planten van over de hele wereld. Van onder naar boven simuleert het vegetatie die normaal groeit van 750 tot 1500 meter hoogte, en een waterval van 20 meter maakt het helemaal af. Een prachtige plek om door te lopen, met bloemen en planten die we nooit elders gezien hebben. Via hangbruggen kunnen we de hele ‘berg’ rondom rond zien, en elke vegetatiesoort uitgebreid bekijken. Een prachtige constructie, en wanneer er een omroeping komt dat de ‘mist’ zal starten wordt het ons pas echt duidelijk waarom dit de Cloud Forest heet. Via een hele instalatie van buizen doorheen de dome wordt een nevel verspreid. Die nevel zorgt voor een natuurlijke simulatie van de vochtigheid, aangezien veel planten op hoogte de meerderheid van hun waterhoeveelheden uit de luchtvochtigheid halen. Het mag dan vooral een nood zijn om de planten zo te bevochtigen, het maakt de Cloud Forest wel tot iets unieks.

Indrukwekkende hoogbouw

Een groot deel van Singapore staat volgebouwd met wolkenkrabbers, en niet van de minste. Net zoals Marina Bay Sands staan er ontalbare andere glas- en staalconstructies te blinken in de sterke Aziatische zon. Ze zijn overal vertegenwoordigd, in eender welke wijk zie je ze ongetwijfeld ergens in het straatbeeld of de skyline. Er zitten echter architecturale pareltjes tussen, zoals het Andaz hotel dat met een volledige glazen contstuctie in hongingraatstructuur uitblinkt wat de afwerking betreft. De voetpaden en straten ertussen zijn piekfijn onderhouden en omgeven door groen, een gevoel dat je maar zelden in België krijgt (voor zover wij ons dat nog herinneren).

Welvaart gaat natuurlijk gepaard met koopkracht, en daar is in Singapore duidelijk geen gebrek aan. We passeren het ene shoppingcentrum na het andere, en telkens wil Ann-Sofie snel even binnen gaan loeren om te zien of er geen kleedje of broek hangt dat haar past. Het voordeel is dat we op die manier de warmte kunnen ontwijken, want elk gebouw wordt naarstig gekoeld naar -10 graden zodat we hier zeker niet lopen te zweten. Beetje bij beetje dikt de stapel kleren aan, misschien zou het geen slecht idee zijn om een paar oude kleren terug naar huis te sturen of weg te geven. Het is pas in de Robinson Mall dat we echt ons ding vinden, een mini tafel met 4 stoeltjes en Duplo blokken, meer heeft een mens niet nodig om gelukkig te zijn. Een wedstrijdje ‘Wie bouwt de mooiste boot?’ eindigt met een trein voor Nick en een huisje voor Ann-Sofie, geen idee hoe dat precies verlopen is maar het zijn beiden prachtcreaties!

Heerlijk eten

In vele shopping malls zijn ook food courts te vinden, vaak op het bovenste verdiep en met een overweldiging aan keuze. Een middendeel gevuld met tafels en stoelen, met verschillende buffetrestaurantjes er omheen. De eerste maal duurt het lang vooraleer we een keuze kunnen maken, want van alles een beetje proeven is helaas niet mogelijk. Met een gigantische portie noedelsoep en heerlijke gewokte noedels met zeevruchten zijn we meer dan tevreden, een verkeerde keuze maken is hier dus niet mogelijk.

Ook de Arabische wijk heeft overheelijk eten te bieden, de humus en babaganoush (of zoiets toch) zijn er vers en overheerlijk, net als het Lebanese brood. Met een gratis Lime mint shake en een pintje halen ze ons binnen, en kunnen we genieten van de beste vleesjes in lange tijd. Heerlijk gebakken en vergezeld van een portie groentjes zoals we ze enkel zelf al hebben gemaakt. En ze doen alles om hun klanten tevreden te maken, een gezin naast ons vraagt of ze Vanille ijs hebben, wat niet zo blijkt te zijn. Maar laat dat vooral geen beperking zijn, om 21u30 gaat de ober op zoek naar ijs bij een vriendelijke buur of nachtwinkel zodat iedereen blij kan vertrekken, als dat geen service is.

Curiositeiten

Na 4 dagen beginnen er ons een aantal zaken op te vallen. Singapore is perfect onderhouden en heel gestructureerd, wat vaak komt met een gebrek aan vrijheid. Het is geplaagd door regeltjes en wetten, waarbij overtredingen telkens met gigantisch hoge bedragen beboet worden. In een multiculturele samenleving als deze is dat misschien een noodzaak, maar ze drijven het echt wel ver. Dat sommige zaken niet zijn toegestaan (zoals roken op de trein) is volstrekt normaal, maar de boetes op een overtreding houden mensen eerder uit schrik binnen de lijntjes dan uit respect voor elkaar. Een T-shirt in een souvenierwinkel omschrijft dit gevoel perfect met de simpele zin ‘Singapore is a FINE city’.

Ook is het opvallend hoe de inwoners van bepaalde regionen zoals Little India of Chinatown ook effectief maar enkel in deze regio lijken te bewegen. In de metrohaltes onder de grond kan je zonder enige twijfel zeggen in welk gebied je je bevindt, het lijkt wel alsof Indiërs niet toegelaten zijn in Chinatown of omgekeerd. Dat is natuurlijk niet het geval, maar iedereen lijkt zich aan deze indeling te houden.

De metrohaltes worden trouwens enorm streng gecontroleerd. Het is er verboden te eten of te drinken, en dat hebben we aan den lijven ondervonden. Via een kleine stop in de 7 Eleven, waarbij we elk een rijstje gekocht hadden om op te eten, lopen we richting de metrohalte. Terwijl we nog aan het eten zijn komen we via de lift aan in de gang die richting het platform leidt, wanneer Ann-Sofie beseft dat eten niet toegelaten is. We maken nog rechtsomkeer maar krijgen al meteen een luide opmerking via de luidsprekers dat het niet toegelaten is om te eten in de metrohaltes. Hoe ze dat zo snel gezien kunnen hebben is ons een raadsel, maar ze zijn in ieder geval oplettend.

Wat uiterst opvallend is gezien de bezighouding van de Singaporeanen. Iedereen is altijd druk bezig, zij het met spelletjes spelen, bellen of sms’en, maar altijd op de gsm. Elk individu dat op de metro zit heeft minstens één gsm in zijn handen, en vaak nog een tweede in z’n broekzak. Het geeft ons, die ondertussen bijna een jaar met één enkele gsm doen (met nagenoeg geen gebruik), een nogal ongemakkelijk gevoel. Wij hebben er zelfs geen spelletjes opstaan. Het is vrij erg om aan te zien, niemand praat met elkaar, en de hoofden worden pas opgeheven als iemand zijn halte hoort en dus moet afstappen. Het lijk wel alsof ze aan de gsm’s aan hun handen geplakt zijn. Een beetje zielig om te zien.

En zo zit ook alweer Singapore erop. We komen iets vroeger dan nodig aan in de luchthaven om er The Jewel te bekijken, een gebouw dat recentelijk is bijgezet om de lange overstap van sommige reizigers wat aangenamer te maken. En wat voor een gebouw, het bevat een waterval van twintig meter hoog, en zelfs de terminaltreintjes rijden door de ruimte, omringd door talloze planten en lichten. Spectaculair om te zien, en mooi om zo te kunnen afsluiten. Bye bye Singapore.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s