Op verkenning in Sideman – Bali/Indonesië

Met het idee dat dit onze laatste kans is gaan we samen nog een bezoekje brengen aan de ochtendmarkt van Ubud. Vroeger dan de vorige keer, zodat we zeker nog tijd hebben om op de echte markt rond te lopen. Tegen 6u kunnen we onze brommer in de ellenlange rij zetten, heel Ubud lijkt op deze markt te zitten. Alles ligt nog vol groentjes en ontelbare plastieken zakken worden gevuld met waar, de gezelligheid is weer om van te houden.

Via het buitendeel komen we op een koer terecht waar een tweede deel plaatsvindt. Er zijn ook bloemenverkopers, die bloemetjes verkopen aan standhouders die dan weer de volledige offersetjes samenstellen zodat mensen die gewoon kunnen kopen en niet zelf moeten prepareren. Bali is enorm gelovig, maar op een heel vredelievende manier, met heel veel respect voor elkaar en de rituelen. Het is dan ook niet moeilijk dat de rijst en bloemen hier als zoete broodjes verkopen, zowat iedereen legt wel een offerset voor zijn deur. Zelfs voor onze kamer ligt er elke dag een nieuw setje, waar we al bijna 100 keer over gestruikeld zijn, echt praktisch is het niet.

De vrouwen hier zijn duidelijk krak in het dragen van vanalles en nog wat op hun hoofd. Van manden tot frigoboxen, alles vliegt een verdiep hoger. Wij volgen het voorbeeld en nemen de trappen om een overzicht te krijgen, en zien het superleuke gebeuren plaatsvinden onder ons goedkeurend oog. De zigzaggende mensen, onderhandelingen, het geld dat niet overhandigd wordt maar in de bak met soja scheuten gesmeten wordt… Het is leuk om onopgemerkt te kunnen meegenieten voor de toeristische drukte dit overneemt. Die kraampjes zijn nog gesloten, al is het vaak maar schijn. De sloten die aan de deuren hangen zijn veelal open, als er al slotjes aan hangen. In Azië kan dat allemaal, heerlijk toch.

We eindigen langs de fruitafdeling waar toevallig ook een Sarongverkoopster staat, Ann-Sofie krijgt meteen een heel aanbod in haar gezicht geduwd. Van rode tot gele, groene en blauwe sarongs, ze heeft het allemaal. Met of zonder patroon, dik of dun. En nog voor Ann-Sofie ook maar iets kan zeggen wordt de ene na de andere sarong uit plastiek gehaald en open gelegd. Daar sta je dan. Om de vrouw niet teleur te stellen neemt Ann-Sofie een kijkje tussen het aanbod en vindt ze een blauw model dat haar wel aanstaat. In minder dan 10 seconden gaat de prijs van 200.000 rupee naar 50.000 rupee, en dat zonder maar 1 woord te zeggen. De verkopers moeten hier gedachten kunnen lezen. Met een glimlach wordt de aankoop bezegeld waarmee we de verkoopster heel gelukkig maken. Zo gelukkig dat ze met het verdiende geld enthousiast op alle sjaals van het hele kraam slaat terwijl ze de sarong-goden uitgebreid bedankt.

Ondertussen is Nick bij het kraam ernaast druk bezig met het proeven van de rambutans en de mangosteen om een goeie keuze te kunnen maken. Voor 20.000 Rp per kilo kunnen we niet klagen, en keren we terug met 3 kilo fruit, genoeg voor de komende dagen. Genoeg gekocht voor vandaag, terug naar de homestay. We worden er met grote ogen ontvangen, en wanneer we vertellen dat we van de ochtendmarkt komen valt zijn mond open. Nog nooit heeft hij toeristen zo vroeg naar de ochtendmarkt weten gaan!

We geraken al snel weer aan de praat waarbij hij ons weet te vertellen, dat mangosteen (een van de fruitjes die we gekocht hebben) een ‘No liar’ is, en het dus niet kan liegen. Dat betekent dat wanneer er aan de onderkant van de mangosteen 6 mini blaadjes te zien zijn, er 6 partjes in gaan zitten. Hetzelfde bij 5 of 7, maar het is altijd correct. Een theorie die we meteen uittesten en we inderdaad alleen maar kunnen beamen, leuk!

Het heerlijke Balinese ontbijt is de perfecte vulling voor een nieuwe dag, en we vertellen hem hoe we vandaag richting Sidemen willen gaan. Wij spreken het op z’n Engels uit, maar dat blijkt al snel niet de bedoeling te zijn, geen Saidman dus, maar gewoon zoals je het leest: Siedemen. Sidemen zijn rijstvelden in het oosten van Bali, afgelegen maar naar het schijnt heel mooi. Hij weet ons te zeggen dat hij niet zeker is of er nu wel rijst staat, soms wisselen ze af met chili en groenten zoals ze ook met de bloemetjes doen, om de grond niet te zwaar uit te putten.

Onder het Aziatische motto, “you never try, you never know” trekken we er met de brommer dus weer op uit, het Balinese verkeer in. Rond de steden in Bali moet je best wakker zijn in het verkeer, vlot zijn is een vereiste of je wordt overrompeld door ongeduldige chauffeurs die je geen milimeter ruimte geven. Het is er ontzettend druk, en ze rijden links, best weer even aanpassen dus. Het links rijden voelt eigenlijk logischer aan dan rechts, maar soms leidt dat tot rare gedachtenkronkels zoals het naar rechts afslaan bij het horen van ‘Take the first exit’ van de GPS. Bij ons is de eerste afslag naar rechts, bij linksrijders is dat dus naar links. Na een paar keer de derde afslag genomen te hebben op de rotonde om rechts te eindigen is de klik gemaakt, en kunnen we als volleerde linksrijders de baan onveilig maken.

Sidemen ligt hoger dan Ubud, en dus meer wolken en meer slalomwegen. Terwijl wij rustig genieten van de rustige baantjes passeert een hele school kinderen op de brommer. Er staat klaarblijkelijk geen minimumleeftijd op het rijden met een brommer. Als toerist kan je een boete krijgen als je je rijbewijs niet op zak hebt, maar deze pagadders mogen alles doen wat ze willen, logisch. Een paar bochten later is het al zover, de rijst komt ons tegemoet, jonger dan in Jatiluweh en dus ook groener. Veel groener! Wauw.

Om er volledig in te vliegen hebben we natuurlijk een volle maag nodig, wat een Bakso perfect vervult. Nick wil graag eens de Halo Halo van Indonesië uitproberen. Twee locals zitten hier naast ons met een glaasje gemengd fruit en jelly’s dat eruit ziet al de lekkere Filippijnse Halo Halo, het proberen waard dus. In plaats van 1 bekertje krijgen we 2 kommen van het spul geserveerd, en tot onze grote spijt valt het niet zo goed mee al het eruit zag. Nick, de grote halo halo fan, offert zich op en kapt de liters zoete brij naar binnen, hier zal hij later ongetwijfeld nog wel iets van merken.

En dan is het tijd voor de echte rijst, een wandeling tussen het groen is vanzelfsprekend, al lijkt er niet meteen een duidelijke weg te zijn. Met respect voor de vakkundig aangelegde baantjes wandelen we tussen de stengels door, tot Ann-Sofie even uitglijdt en haar schoen zeer elegant in de modder neerploft. Rijstmodder is onuitwasbaar weten we uit ervaring, bye bye propere schoenen dus! De velden hier zijn bezaaid met kleine hutjes, een soort tuinhuis met werkmateriaal en om even in de schaduw uit te rusten. Sommige kotjes zijn opnieuw koeienstallen voor de mest, en andere zijn gebedshuisjes om voorspoed te brengen in de rijstgroei. In een van de hutjes zit een mannetje ons enthousiast toe te wuiven, en maakt ons in Balinees duidelijk welke weg we best volgen. Het is best komisch hoe de mensen die geen Engels spreken ervan uit lijken te gaan dat je Balinees spreekt, en hele verhalen doen terwijl wij met een dwaze kop toekijken en er geen hol van verstaan. Met zijn wijze raad geraken we veilig tot het midden van het veld en terug naar de grote baan.

De weg terug bestaat opnieuw uit hetzelfde verhaal, een overweldigend rijstveld voor onze neus waar we even moeten van genieten. Ditmaal steken we de drone eens in de lucht om het van bovenaf te kunnen aanschouwen, en wanneer Ann-Sofie in de velden gaat lopen is het adembenemend mooi.

Een ander deel van de velden, een paar bochten verder, is bezaaid met chili en pompoenplanten, zoals de man van de homestay ons vertelde. Er wordt duchtig in gewerkt, heel levendig en dramatisch tegelijk, door de donkere wolken die boven de vallei hangen. De locals lijken nogal schuchter te zijn, maar een kleine verkenning leert dat ze niet op hun mond zijn gevallen. Eentje wil met plezier poseren voor een foto, en een andere man biedt Nick een puppy te koop aan voor 500.000Rp omdat Nick het hondje koddig vindt. Duidelijk niet bang van een beetje business.

De tijd vliegt voorbij en we besluiten stilaan terug te keren richting Ubud, tevreden met wat we vandaag weer allemaal gezien hebben. Net wanneer we tegen elkaar zeggen dat het nog wel eens leuk zou zijn om ze effectief rijst te zien planten, iets wat we nog niet hebben zien gebeuren, zijn ze voor onze neus bezig. We parkeren onze brommer en gaan meteen een kijkje nemen en worden met open armen ontvangen. Geen Engels, maar een oprechte glimlach en enthousiasme zeggen zoveel meer. Hij maakt ons duidelijk dat we gerust even mogen proberen als we dat willen, iets wat je ons geen twee keer moet vragen. Een minuut later staan we alle twee met onze kuiten in de rijstmodder, terwijl we kleine rijstbundels de grond in duwen. Een lastig werkje, het ziet er poepsimpel uit, maar hun snelheid kunnen wij in de verste verte niet evenaren. In de tijd dat wij er eentje planten heeft hij er 5 gedaan, indrukwekkend! En zo gaat het best vlotjes vooruit. Een nachtje hier overnachten zou geweldig zijn, deze omgeving is zo mooi dat je er kan blijven en de tijd uit het oog verliezen. We komen met plezier nog eens terug!

Verder richting Ubud probeert Nick ons via de kleine baantjes te leiden, want daar is het leukste leven te zien. De grote banen hier zijn ellendig druk en vol van de vrachtwagens en vlammende toeristenbusjes, dus houden we het bij 30km/u en een ommetoer. Een ommetoer waarbij we vrijwel meteen beloond worden met leuke taferelen, van het planten van babyrijstjes tot het oogsten van volgroeide rijst, elke fase en elke handeling komen we tegen. Zelfs de trotse eigenaar van een plantmachine lacht ons toe, terwijl hij met een efficiëntie van jewelste de kleine bundeltjes rijst de grond in duwt. Best indrukwekkend om te zien, en het leuke is dat je de trots van zijn gezicht kunt aflezen. De rijst wordt in bakken gekweekt die perfect in het machien passen, en waarvan mini grijpers telkens een bundeltje aftrekken en in de grond duwen. Het lijkt op een drijvende ploeg, maar de functionaliteit is dus een stuk geavanceerder.

Een laatste bloemenveld bij zonsondergang is de geknipte plaats voor een laatste fotoshoot van vandaag. Ann-Sofie haar blauwe Sarong met oranje details matcht perfect met de kleuren van dit veld, en met de toestemming van de plukkers trekken we de gangen in, op zoek naar mooi licht. Een mooiere manier om de dag af te sluiten is er niet denken we, maar we overtreffen onszelf door nogmaals Mexicaans te gaan eten. Wat een dag.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s