Anso en de 81 Jeeelies – Filippijnen

De Big island tour duurt normaal gezien ook 1 dag, maar met onze plannen om op Matukad te overnachten hebben we een hele hoop voorzieningen mee: extra kledij, bananen, koekjes en een tent voor 6 personen. Of dat is toch wat de verhuurder ons beloofd had gisterenavond, maar nu we hier staan heeft hij enkel nog maar tentjes van 2 op 2 meter. Geen nood, daar passen we ook met gemak in en weg zijn we. Wanneer we aan het restaurant aankomen blijkt dat Krullie ook mee gaat op onze prive boottrip, veel keuze hebben we niet want hij staat al met al z’n materiaal klaar aan de boot.

De weg naar de verre eilanden is een stuk langer, en het duurt meer dan een uur vooraleer we aankomen. Door het oorverdovende lawaai moeten we even bekomen, maar dat is al snel opgelost wanneer er honderd kindjes op ons af komen gelopen eens we het eiland betreden. Het eiland is bekend om zijn vuurtoren, waarvoor we een berg moeten beklimmen en we op de voet gevolgd worden door 6 kindjes. De lighthouse zelf lijkt ons echter niets speciaals, maar het is hem vooral te doen om de view. Een beeld zoals we het ook in Schotland zouden kunnen zien, groene heuvels met boompjes en schapen, vlakbij een woelige oceaan. Na wat grassprieten schieten zoals we ook in Laos deden, besluiten we op verkenning te gaan en het eiland af te dalen. Krullie vind het nodig om toestemming te gaan vragen, wat voor ons helemaal niet nodig is, maar hij staat erop. Duidelijk nog nooit op avontuur geweest, het knulletje.

Na een stevige afdaling komen we terug aan op het strand, maar aan de andere kant van het eiland. De kindjes springen spontaan de zee in, dus kunnen wij niet anders dan volgen. Ze vinden het plezant om saltos te maken vanop onze schouders, en halen drijfhout om mee te spelen. Het is ongelofelijk hoe kindjes van een jaar of 7 hier gewoon de zee in springen en niemand daar een probleem van maakt. En dan nog met vreemden, dat zou het bij ons al helemaal uit den boze maken. Na een heuse speeltijd van een uur gaan we verder, op naar het andere eiland. Eerst moeten we terug naar de vuurtoren, om dan weer naar beneden te gaan langs de andere kant. Inkom moesten we deze morgen niet betalen, dat zou boven gebeuren. Maar als we het boven navragen blijkt dat beneden te moeten. Geen idee hoe dit in elkaar zit maar ze maken het best ingewikkeld om je ticketje te kopen. Eens beneden moeten we navragen aan wie we het geld moeten geven, en we staan als het ware met het geld te zwaaien tot iemand het aanpakt. Zo hebben we het nog nooit geweten. Aan de kindjes zijn we zowat verplicht een fooi te geven omdat ze met ons gespeeld hebben, want dat heeft Krullie hen beloofd. Hij heeft zelf echter geen geld mee, dus vraagt hij aan ons om het in zijn plaats aan hen te geven. Wat voor een belofte is me dat?

Wanneer wij vertrekken ligt de ‘haven’ hier al volgemeerd met boten, en trekken wij verder richting Cotivas. Een parelwit strand dat duidelijk een trekpleister is. Voor 100 Pesos mogen we gebruik maken van een hutje voor de schaduw en kunnen we wat zwemmen en luchen. Onder water is echter niet zo veel speciaals te zien, en Krullie zit te zagen dat hij moe is, dus gaat Ann-Sofie te voet op verkenning. Ze ontdekt een stukje onaangeroerd paradijs waar nog geen voetsporen te zien zijn. Na even te genieten gaat ze Nick halen, terwijl het water verrassend snel wegtrekt en er steeds meer strand tevoorschijn komt. Tegen de tijd dat Nick er is, ziet het er al helemaal anders uit, maar daarom niet minder paradijselijk. Een korte wandeling langs het verlaten strand brengt ons tot rust, en dan zijn we klaar voor het volgende deel. We zouden hier wel nog wat kunnen blijven, maar Krullie zegt dat we tegen 11u30 door moeten want dan is het laag water. De volgende stop is een zandbank die enkel boven water komt te liggen bij laag water, en dus is 11u30 het ideale moment om te gaan. We geloven hem en stappen in de boot, bye bye droomstrand!

Wanneer we aan de zandbank aankomen blijkt die helemaal nog niet droog te staan, en duurt het nog meer dan een uur vooraleer het zand echt boven het water uitsteekt. Tot zover het nut van vroeg te vertrekken op Cotivas. Wanneer we een paar foto’s trekken op de zandbank worden we als filmsterren opgemerkt door een gezin dat ons super enthousiast toegelopen komt en om een foto vraagt. Daar gaan we met plezier op in, en krijgen een hele fotoshoot met de dochters, schoonmoeder, oma en de kleinkindjes.

En dan komt Krullie weer naar ons toe met de mededeling dat we door moeten willen we het laatste eiland nog zien. Hij begint redelijk onze voeten uit te hangen, omdat hij alles probeert te beslissen naar zijn goesting, maar braaf zoals we zijn luisteren we gedwee en vertrekken we nog voor we de zandbank in zen glorie hebben kunnen aanschouwen. Op weg naar het laatste eiland, dat op de weg terug ligt, varen we los het slechte weer in. De golven beginnen hoger en hoger te worden en de regen kletst in ons gezicht. En dat terwijl het op de zandbank nog prachtig weer is. Welk eiland we precies gaan bezoeken lijkt niemand te weten, zowel Krullie als de bootman wijzen naar andere eilanden, en als we ze vragen om het op de kaart aan te duiden kunnen ze plots niet meer met een smartphone werken. Ann-Sofie heeft er genoeg van en vraagt om om te keren en terug naar de zandbank te gaan om daar de dag te eindigen. Das alvast beter dan hier in het slechte weer op de boot rond te dobberen. Maar omkeren is plots onmogelijk, zonder enige reden. Wat een gedoe.

We worden uiteindelijk afgezet op Baging, een eiland waar heel wat installaties voor de Survivor opnames te zien zijn. Sommigen zijn nog niet gebruikt en mogen we geen foto’s van nemen, bij anderen steekt het niet zo nauw. Het klaart ondertussen wel wat op, en we kunnen het strand afwandelen op zoek naar een mooi plekje. Het strand leent zich er wel toe om de drone eens op te laten, maar de batterij blijkt plat te zijn, dus gaat Ann-Sofie die halen. Bij de boot vertelt Krullie haar dat we niet te lang meer mogen letten, en binnen 40 minuten al van het eiland weg moeten zijn. De bootmannen zeggen hetzelfde, wat betekent dat er van onze dag bijna niets meer overschiet. Het is nog niet eens 14u en we zouden de trip pas moeten eindigen om 18u zoals afgesproken.

Na een korte drone- en fotosessie keren we terug, flink zoals we zijn. We krijgen wel de opmerking dat we de foto’s die we getrokken hebben niet mogen delen, aangezien de opnames nog niet zijn uitgezonden en het nog top secret is. Krullie neemt ons nog even mee naar een installatie die wel al gebruikt is, en waarvan het dus niet meer uitmaakt of de foto’s gepubliceerd worden. Een houten constructie die Nick natuurlijk moet beklimmen, hoe kan het anders.

Het laatste spannende moment van de dag komt er als we uiteindelijk toekomen op Matukad, waar we graag op zouden blijven slapen. Het is zowat het enige eiland dat slapen mogelijk maakt, want bij alle andere wordt nagenoeg heel het strand overspoeld bij hoog water. Matukad heeft een deel strand dat droog blijft, en dus hebben we dat uitgekozen voor onze nacht op een onbewoond eiland. Tot overmaat van ramp blijkt het echter opnieuw afgesloten te zijn voor Survivor, en krijgen we dus niet de toestemming om er te slapen. Er blijft een security agent slapen op het eiland, wat het dus compleet onmogelijk maakt. Teleurgesteld zetten we ons dan maar in het zand, met elk een Halo-Halo om deze dag door te spoelen. Gene vetten vandaag, we eindigen met een dubbel gevoel, de omgeving is mooi maar zowel de drukte als Krullie en de bootmannen werkten op onze zenuwen, en dat is spijtig, want Caramoan ziet er een pracht van een streek uit. Misschien doen we bij ons volgend bezoekje aan de Filippijnen beter.

We keren met de boot terug naar het vasteland, en proberen onze tent terug in te ruilen. De man ziet de ontgoocheling op onze gezichten, doet niet moeilijk, en geeft het volledige bedrag terug. Chapeau. De slaapplaats die we tot gisteren hadden is ondertussen volboekt en dus mogen we op zoek naar een nieuwe plek. We terug naar het pleintje van gisteren waar een vrouw ons een slaapplaats aanbood, maar niet vooraleer Ann-Sofie op zoek gegaan is naar Jellys. Het winkeltje dat gisteren uitverkocht was heeft een nieuwe voorraad ingeslagen, twee volledig nieuwe potjes waar Ann-Sofie vanzelf al begint van te kwijlen. Als ze vraagt hoeveel het kost voor de twee hele potjes kijkt ze verbijsterd aan en antwoord ze met 1 Peso. Per stuk dan waarschijnlijk. Er zit niets anders op dan ze te tellen, en een voor een steekt Ann-Sofie ze in een zakje, terwijl de vrouw toekijkt. 81 jelly’s, en dus 81 Pesos. Een eenvoudige rekensom. We (vooral Ann-Sofie dan eigenlijk) zijn erin geslaagd Paniman tot twee maal toe leeg te kopen van jelly’s, hoe is het mogelijk. Eens aangekomen op het pleintje waar een dame ons gisteren vertelde dat ze een kamer in een homestay verhuurt voor 800 Pesos, herkent ze ons meteen en neemt ze ons mee. We krijgen een kleine maar gezellige kamer, met een pracht van een bed. Het onderlaken is er eentje van de onderwaterwereld, en het bevat zo maar liefst elk visje day we in onze korte duikcarriere al hebben gezien! Reden genoeg voor Nick om met een grote sprong in bed te ‘duiken’.

Normaal gezien stond morgen nog eens een boottour op de planning, maar daar hebben we allebei geen zin meer in nu het al 2 dagen in de soep draait. Nick komt dan met het geniale idee om de route richting Manila, waar we binnen 3 dagen onze vlucht richting Bali hebben – op te splitsen in Naga, de stad waar de bus van Caramoan toekomt. In Naga is er wakeboardpark, en dus de ideale ontspanning voor een dag. Veel beter dan nog een dag zitten vloeken op een boot! Bye bye Caramoan.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s