Sightseeing in Hanoi – Vietnam

De volgende dagen verkennen we beetje bij beetje het oude stadsgedeelte. We hebben alle tijd van de wereld en dus verspreiden we alles mooi over een aantal dagen. Op de planning staan de Notre Dame Kathedraal, de train street, de mosaïkmuur en de Long Bien Bridge. Daarnaast zijn er de talloze kleine verborgen straatjes die telkens een mooi beeld geven over het echte leven van Hanoi. Genoeg om te zien dus en goed dat we een paar dagen de tijd nemen om dit alles ten volle te kunnen beleven.

Onze eerste dag sightseeing brengen we al wandelend door in het oude stadscentrum dat nog geen vierkante kilometer groot is. Al snel krijgen we de indruk dat elke straat hier een eigen thema heeft, de ene straat is gevuld met winkeltjes die enkel lampen verkopen, een andere straat is gespecialiseerd in plastieken stoeltjes en tafels, wat verderop krioelt het van de kruideniers en om de hoek zitten de wiel- en klink verkopers. Jawel, er zijn hier winkels die enkel wielen verkopen, maar dan wel in alle kleuren en maten. De concurrentie lijkt bij elkaar te kruipen, waardoor je altijd wel een deal kan doen bij het volgende winkeltje. Een beetje research werk leert ons al snel dat alle straten in het oude stadsgedeelte vernoemd zijn naar de ambachten die er vroeger uitgevoerd werden. Sommige ambachten worden zelfs vandaag de dag nog uitgevoerd in dezelfde straten als 500 jaar geleden. Een voorbeeld is de Hang Chieu straat, waar matten, touwen en bamboe over de toonbank vliegen. Best wel een handig systeem als je ‘t ons vraagt, gerichter shoppen dan hier is nergens anders mogelijk.

De stoepen van het Old Quarter zijn gevuld met een ontelbaar aantal streetfoodkraampjes met noedelsoep (“Pho”) in alle verschillende groottes en smaken. Het zijn vaak geen vaste kraampjes maar kleine karretjes, met errond een paar plastieken stoeltjes en tafeltjes die als paddenstoelen uit de grond verschijnen op elke hoek van de straat van zodra de zon opkomt en pas verdwijnen laat in de avond. De straten van Hanoi zijn als het ware 1 grote openlucht keuken. Alle gerechten worden voor je neus op de stoep bereid, grote ketels met bouillon staan te pruttelen op een klein gasvuurtje, vlees wordt in stukken gehakt en groenten worden gewassen en gekuist, en dat allemaal al zittend op amper 20 centimeter boven de grond. Onze knieën en billen krijgen al pijn van er nog maar naar te kijken.

Veel kookervaring is ook niet vereist, het lijkt erop dat elke local in Hanoi zowaar een noedel of eetkraampje kan uitbaten. Winkels waar overdag schilderijen verkocht worden, zijn ‘s avonds op wonderbaarlijke wijze omgetoverd tot een heus eetparadijs met de gebruikelijke kleine plastieken stoeltjes. Als we tussen al die kraampjes dan toch nog niets lekkers gevonden hebben, dan zijn er altijd nog de vrouwtjes die met de traditionele draagmanden over hun schouder ons fruit of gebakjes proberen te verkopen. Aan eten dus geen gebrek hier.

Een ander typisch Vietnamees tafereel dat ons meteen opvalt is de grote voorliefde van de bevolking voor gemotoriseerde tweewielers. Of het nu een scooter, een brommer of een motorfiets is, quasi elke inwoner van Hanoi lijkt er eentje te hebben waarmee hij vrolijk zijn weg baant doorheen de kleine straten van de hoofdstad. Wanneer ze hun scooter niet gebruiken parkeren ze hem doodleuk in het midden van het voetpad. Het wordt ons al snel duidelijk dat voetpaden hier louter als brommer parkings functioneren, waardoor wij als dappere wandelaars verplicht worden van ons een weg te banen tussen de zwerm brommers op straat. Het woord ‘wandelaars’ kan eigenlijk beter gelijk gesteld worden aan ‘toeristen’, want voor zover wij weten zijn we geen enkele wandelende Vietnamees tegengekomen. Verkeersregels lijken er niet te zijn. Als het licht groen is rijden ze door, idem voor een oranje en zelfs voor rood. We hebben een sterk vermoeden dat verkeerslichten hier enkel een esthetische functie hebben in plaats van een veiligheidsfunctie. Oversteken is een kwestie van voldoende lef hebben. Voor Nick geen enkel probleem, Ann-Sofie daarentegen probeert vaak tevergeefs een minder druk moment af te wachten alvorens de eerste stap te zetten. Gelukkig merkt ze al snel dat ze van aanpak moet veranderen aangezien nu eenmaal geen enkele Vietnamees stopt voor een wachtende voetganger. Met Nick op kop steken we de ene na de andere straat over, terwijl de Vietnamezen ons met een ongeziene vlotheid ontwijken zonder ook maar hun remmen aan te raken. Een kunst op zich.

Brommers mogen trouwens ook zo breed, lang, hoog en zwaar beladen worden als ze maar willen en kunnen. We zien exemplaren passeren met stapels toiletpapier waarvoor zelfs wij een ladder zouden nodig hebben, geen idee hoe de kleine Vietnamezen dit klaarspelen. Last but not least wordt ook elke centimeter zadel maximaal benut. Met 3 of 4 op één brommer is standaard, terwijl 5 al eerder een uitzondering is. Honden krijgen een plaatsje vanvoor, hun achterpoten op het zadel en hun voorpoten mee aan het stuur. Een helm is trouwens enkel verplicht voor de chauffeur en niet voor de andere passagiers, geen idee welke Vietnamese logica hier achter schuil gaat, maar veilig lijkt het ons alvast niet.

Verwonderd van al deze taferelen zetten we ons tegen de middag neer en trakteren we onszelf op een – hoe kan het ook anders – Pho Bo. Heerlijk! We zetten daarna koers richting de train street, een straat van ongeveer 3 meter breed waardoor de trein van Hanoi naar Ho Chi Minh passeert. Elke dag raast deze trein een 4-tal keer voorbij, met telkens een halve meter marge aan elke kant, en dat zowaar in het midden van de stad. Een spectaculair zicht om naast te staan. Je hebt niet meer dan een halve meter ruimte terwijl er een trein aan 50km per uur voorbij raast, toeterend à volonté om er zeker van te zijn dat iedereen het goed gehoord heeft. Het is niet zomaar dat de locals een minuut voor de trein aankomt, de toeristen beginnen terug te fluiten en duidelijk te maken dat ze aan de kant moeten gaan staan. Het is niet dat je de trein niet opmerkt, want de hele straat lijkt te daveren, maar iedereen neemt graag een foto vanop het midden van de sporen, niet zonder risico natuurlijk. Tussen de trein passages door worden de treinsporen vlijtig gebruikt door de locals. Terwijl de ene zijn vers gewassen kleren langs de sporen te drogen hangt, plaatst de andere zijn stoeltje pal in het midden van de rails om er rustig een pintje te drinken en de krant te lezen. De haren van de honden worden geknipt en kindjes gebruiken de trainrails als autobaan voor hun speelgoedautootjes. Zelfs kledingwinkels en caféetjes hebben zich langs de spoorweg gevestigd. Kortom een uniek tafereel. Morgen keren we gewoon terug om het nog eens mee te maken.

Ondertussen begint het al wat te schemeren, tijd om terug te keren naar de hostel. We halen snel een Bahn Mi aan de overkant van de straat, spoelen ons eens af onder douche en maken ons klaar om naar de cinema te gaan. Bohemian Rhapsody is net uitgekomen in Vietnam, een film die we als trouwe Queen fans niet mogen missen. De belangstelling voor de film lijkt echter nergens op die van Europa, de zaal is amper gevuld en niemand lijkt de muziek echt te kennen. Hoe aanstekelijk de liedjes in de film ook zijn, we lijken de enigen te zijn die meezingen. Helemaal achter in de zaal genieten we van de beelden, met wat popcorn in een zogenaamde sweetbox (een dubbele zetel) vliegt de tijd voorbij, we blijven zelfs de hele aftiteling zitten om zeker geen liedjes gemist te hebben. Na de film proberen we de uitgang te vinden, maar aangezien we precies de laatsten zijn in de hele cinema is er niemand om de weg te wijzen. We lopen even verder en zien dan een deur richting een trappenhal, dit moet het wel zijn. We volgen de trappen met het bordje ‘Exit’, maar eens aangekomen is de deur op slot. Geen weg naar buiten dus. Dan maar elk verdiep afgaan in de hoop dat er op zen minst één deur open zal zijn. Niet dus. Zelfs de deur die we boven genomen hadden is in het slot gevallen. Met wat prutswerk lukt het echter om de deur uit z’n slot te heffen en krijgen we de deur open. Fieuw. De enige andere optie is de lift, en dat blijkt de goeie te zijn. 5 verdiepen naar beneden en we komen mooi uit aan de enige nog open deur van het complex. We zijn buiten, oef!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s