Rajasthan – India

Jaisalmer

De weg naar Jaisalmer is lang, 18u trein om precies te zijn. Treinreizen van die duur zijn wij in ons kleine Belgenlandje helemaal niet gewoon, in die tijd kunnen we 5 maal het land doorkruisen. En dus zijn we heel benieuwd hoe het ons zal af gaan. Het is een nachttrein, er zal dus geslapen moeten worden, of op z’n minst een poging tot. Eten hebben we genoeg, en ze komen al snel langs om te vragen of er diner gewenst is. Natuurlijk zeggen we daar geen neen tegen, ondanks de waarschuwingen die we op blogs gelezen hebben, dit willen we geprobeerd hebben! De trein op zich is best druk en er zijn verschillende klasses (van goedkoop naar duur): Sitting, Sleeper, 3AC, 2AC en 1AC. Wij zitten momenteel in 2AC, best luxueus dus voor Indische termen, en toch is het al wat wennen aan het ‘comfort’. We zitten met 4 in een compartiment, dat afsluitbaar is met een gordijntje. Elk bed bestaat uit een plank met daarop een laagje stof, met daartussen een mousse die al volledig doorgelegen is door de jaren gebruik. Er is AC, zoals de naam doet vermoeden, maar die staat enorm koud waardoor je een dikke trui en muts moet aandoen om geen kou te lijden. De valiezen leggen we aan onze voeten en de dagrugzakken gebruiken we als hoofdkussen, om zeker te zijn dat onze bagage niet op mysterieuze wijze verdwijnt.

Terwijl we rijden komen ze met vanalles langs in de gangen, van koekjes en chips tot zelfs masala chai, de beste thee ter wereld! Daarnaast hoor je regelmatig ‘Pani! Pani! Cold Pani!’ door de gangen, waardoor we ons eerste woordje Hindi leren, Pani blijkt water te zijn. Handig! We zijn goed op weg, en al snel begint het rustig gedender van de trein ons in slaap te wiegen. De nacht raast voorbij, en rond 6u worden we wakker in een dor woestijnlandschap. Hier geen grazende koetjes of geitjes in de wei, maar wel zowaar rondhuppelende kamelen in het landschap.

Eens aangekomen kiezen we er al snel een Tuk Tuk uit, dit keer een XL versie, en in nog geen 10 minuten zijn we aan het hotel, al wat anders dan 18 uur. We krijgen meteen een kamer toegewezen, en de nodige uitleg voor de kamelensafari die gepland staat voor morgenmiddag. Na de uitleg merken we op dat de trein van Jaisalmer naar Jodhpur verkeerd is geboekt, en we de kamelensafari niet zouden kunnen doen als we dit schema volgen. We nemen dus snel contact op met de travel agency en krijgen te horen dat hij het meteen allemaal zal regelen. Hoe meteen die ‘meteen’ is kan hij niet zeggen want hij is ‘niet op kantoor’. Geduld dan maar. Ondertussen verkennen we de stad met een gids die aanbevolen werd vanuit het hotel. Al snel wordt duidelijk dat onze gids niet zomaar een gids is, we worden opnieuw meegeleurd van kraampje tot winkeltje, hopend op een comissie. Met opnieuw hetzelfde resultaat, wij ontgoocheld in de gidsing en hij ontgoocheld in ons ontbrekend koopgedrag. Van alle bezienswaardigheden heeft onze gids er maar eentje getoont – Jaiselmer fort – laat dat nu net de plaats zijn die krioelt van de pashmina en soevenir kraampjes – hoe toevallig. Van de prachtige Haveli’s tot Jain tempels hebben we helaas geen sikkepit gezien. Als afsluiter brengt hij ons naar een viewpoint voor de zondsondergang, met een prachtig zicht over het Fort en de stad. Het krioelt er van de locals die hun slag proberen te slaan bij de toeristen, waaronder muzikanten, juwelverkopers en poserende kindjes. Ze zijn ontzettend opdringerig en een kindje probeert onverwacht zelfs vieze vuile oorbellen in Ann-Sofie haar oren te steken zonder toestemming. Enkel de muziek van een lokale muzikant weten we te appreciërenWe geven hem een fooi terwijl we de anderen negeren en proberen te genieten van de mooie omgeving. Wanneer de zon onder is ondernemen we een poging om afscheid te nemen van onze “gids”, maar dat lijkt niet zo simpel. Hij wil mee gaan eten en ons dan nog een winkeltje laten zien, maar hiervoor passen we. We duwen hem het afgesproken bedrag in zijn handen en maken ons snel uit de voeten. Duidelijk niet met zijn goesting, maar zijn gidsing was ook niet naar ons goesting.

Dankzij Tripadvisor komen we terecht in een super gezellig cafeetje, als enige gasten van dag zo blijkt. Ze serveren er overheerlijke lokale gerechten en een cocktail met een uitzicht van jewelste, een overzicht over de verlichte stad met in de achtergrond het Fort, fenomenaal! We ploffen ons neer op de gezellige kussens die er liggen en de kaarsen worden voor ons aangestoken. Beter hadden we het niet kunnen treffen. Met zo’n avondmaal kunnen we straks gerust gaan slapen.

Na een lekker ontbijtje beslissen we zelf eens rond te lopen in de stad, zonder gids dus. We bekijken rustig de huisjes en havelis, kopen een boek voor onderweg (1984 van George Orwell) en zien een schilder aan het werk. We geraken aan de praat en hij toont ons z’n volledige werk, van de meest simpele postkaartjes tot super gedetailleerd werk waar hij weken tot zelfs maanden aan zit, hij kan het allemaal. Gefascineerd door zijn artistieke talent kopen we een klein schilderij met kamelen op, hoe kan het ook anders, het krioelt hier van deze beestjes. We vervolgen onze weg en worden overladen met naamkaartjes van verkopers die stiekem hopen dat we zullen terugkeren naar hun shop om nog een pashmina of andere souvenirs in te slaan. Het is hier duidelijk laagseizoen en alle winkeleigenaars proberen wanhopig aan de weinige toeristen die er rondlopen iets te verkopen. Als ze nog maar 1 item verkopen zijn ze al binnen voor de rest van de dag. We hebben een beetje met hen te doen. Gelukkig zijn er betere tijden op komst, binnen een maand start het hoogseizoen hier en dan zal hun kassa weer rinkelen als nooit tevoren. We sluiten onze middag af met een lunch boven op het fort, vlakbij een van de kanonnen en met zicht over de rest van Jaiselmer.

We zorgen dat we tegen 14u terug in het hotel zijn, want deze middag vertrekken we op kamelensafari! Met een taxi worden we aan een rotvaart naar het begin van de Thar woestijn gebracht, waar een laatste dorpje voor de woestijn volledig lijkt te leven van het toerisme van de safaris. We houden er even platte rust om de loden middag hitte te laten passeren, en trekken dan tegen de late namiddag het begin van de woestijn in. In de verte zien we een kudde geitjes die water krijgen vanuit de diepe waterputten, de enige bron van water hier in het droge landschap. Pompen staan hier niet, dus gebeurt alles met een emmer aan een koord van wel 15m lang.

Even verder zien we kindjes die zich amuseren met een wip, gemaakt van een boomstam die zo gelegd is dat de kronkels van de stronk kunnen dienen als scharnierpunt. We testen die even uit (met hulp) en al snel zitten we met zen tienen op de wip. De jongens tonen ons tot slot nog wat een avonturiers ze zijn door hun in de bomen te klimmen en van tak tot tak te slingeren als echte tarzans. Een poging tot boomslingeren van Ann-Sofie reikt niet veel verder dan krampachtig vastklampen aan een tak met de voeten nauwelijks 30 centimeter van de grond. Er is dus nog ruimte voor progressie, oefenen maar! Wanneer we terugwandelen worden we voorbij gestoken door een kameel in galop bestuurd door een jongen van nog geen 10 jaar, het kan hier allemaal. In de verte zien we de kamelen voor onze safari ondertussen al klaar liggen. Telkens met een begeleider per paar kamelen worden ze bezadeld. Het bestijgen van een kameel is al bijzonder, de manier van rechtstaan nog meer. Eerst gaan de achterpoten half de lucht in, waarvoor je best even naar achter leunt of je kan opnieuw beginnen. Dan strekt hij z’n voorpoten, waarna de achterpoten volledig gestrekt worden. In drie keer dus, drie keer risico om eraf te vallen, maar drie keer hebben we het gered.

Al snel zijn we op pad, het comfort hier is een stuk groter dan in Hunder (zie post Ladakh – deel 2), hier is het zitje een stuk royaler en kunnen we comfortabel vertrekken. We worden echter begeleid door een 12 jarig jongetje, hij zegt wel dat hij naar school gaat, maar daar zijn we zo zeker niet van, we voelen ons toch wat schuldig om zo de woestijn in te trekken. Een korte kennismaking later lijkt het alsof hij het zelf wel plezant vindt, dus kunnen wij er ook van genieten.

De woestijn blijkt niet de woestijn te zijn die je in kuifje voorgeschoteld krijgt, eindeloos uitgestrekt en volledig vrij van vegetatie. Het is eerder een groot stuk zand te midden van wat dorpjes, aangezien aan alle kanten rond ons heen bomen en struikjes te zien zijn, en zelfs wat dorpjes als je goed rondkijkt. Dat laat ons echter niet minder genieten, want als je de juiste richtingen uitkijkt lijkt het net zo uitgestrekt als we ingebeeld hadden. Af en toe nemen we een pauze om de beestjes (en onze benen) wat te laten rusten, en tegen dat de zon begint onder te gaan zijn we aan een viewpoint aangekomen waar alle kamelen (en dus ook hun rijders) verzamelen. We genieten met volle teugen van deze desolate plet, en keren dan in kolonne terug naar het dorpje, waar ons een walking diner te wachten staat.

De avond start met een aperitief van geroosterde pindanootjes, kroepoek en een fris pintje erbij. Een ongewone maar wel overheerlijke combinatie. Daarna schuiven we aan voor het buffet en laden we ons bord vol met indische currys, verse groentjes chapati en rijst. Tijdens het eten krijgen we prachtige live muziek te horen. Jambes, triangels en zowaar twee kleine houten plaatjes die ze ritmisch tegen elkaar slaan worden gebruikt om enkele traditonele liedjes te brengen. Hoe ze het voor mekaar krijgen om twee losse kleine houten plaatjes in 1 handpalm te laten klinken als kastanjettes is voor ons een groot raadsel. We mogen zelf een keer proberen, maar slagen er niet in om zelfs enige vorm van geluid te creëren. We zijn onder de indruk. De live muziek wordt verdergezet tot er een danseres bijkomt en haar beste dansmoves laat zien. Ze tonen een lokale vorm van dansen waar veel gedraai en geklap aan te pas komt. In de donkere omgeving van de woestijn geeft dit een heel unieke ervaring. We worden uiteindelijk uitgenodigd om mee te dansen, tot iedereen uitgeput weer neerploft. En dan is het zover, we worden per jeep de woestijn in gereden naar ons eigen veldbedje te midden van niets. Onder de blote sterrenhemel slapen in de woestijn, wat wil een mens nog meer. We worden aan ons bedje achtergelaten tot morgenvroeg, meer dan tijd genoeg om te genieten van deze once-in-a-lifetime ervaring. We maken nog een avondwandeling doorheen de duinen om er ten volle van te genieten, en komen tot de conclusie dat wandelen over zandduinen in het pikkedonker niet zo evident is. Na meermaals te schrikken van een plotse afgrond en een paar struikel pertes verder besluiten we terug te keren naar ons bedje, moe maar voldaan. Ondertussen zijn de sterren perfect zichtbaar en kunnen we rustig indommelen, wat een ervaring.

Met de zon als natuurlijke wekker opnenen we onze ogen de volgende morgen, het is bijna zonsopkomst en dus zoeken we een geschikt zitplekje uit waarbij we zicht hebben op de opkomende zon. We zien de perfecte spot wanneer we vanuit de verte een halt toegeroepen worden. Er is een bende fotografen op tour en blijkbaar bestaat de kans dat 1 van hen een foto wil trekken van het gebied waarin wij lopen. Er staan nog geen voetstappen in het zand, en dat willen ze blijkbaar graag zo houden. Gehoorzaam zoals we zijn zoeken we dan maar een tweede plekje, maar zeker niet minder mooi. Langzaam maar zeker begint de zon boven de duinen uit te steken, met een prachtige oranje gloed over de volledige woestijn. Het zand ziet vele malen geler dan gisteren, als in de boekskes. Even na zonsopgang worden we terug opgehaald met de jeep voor een heerlijk ontbijtje, waarna we per taxi terug naar Jaisalmer gebracht worden.

Om de laatste middag te vullen, onze trein vertrekt vanavond pas, besluiten we een scooter te huren waarmee we naar hartelust de omgeving kunnen verkennen. We bezoeken Bada Bagh, een ‘Alladin-omgeving’ die half vervallen blijkt te zijn, rijden kilometers lang door een verlaten landschap en zien uiteindelijk enkel een eenzame herder met een kudde geiten. Na een kleine pauze gaan we op zoek naar Kuldhara, een verlaten gebied dat gekend staat als spookstad. Er is echter niet veel te zien, en al zeker geen spoken. Op de terugweg stoppen we nog even aan een verlaten dorpje, waar ze nog in kleine hutjes leven. We worden overspoeld door kindjes die door hun ouders getraind zijn om ‘Rupees’, ‘Glasses’ of ‘Pen’ te vragen aan elke blanke die ze zien passeren, het maakt de authentieke ervaring waarop we gehoopt hadden een stuk minder aangenaam. Na het nemen van enkele foto’s en de morele verplichting van hen er wat voor te geven maken we ons uit de voeten, terug naar het hotel. We gaan nog snel iets eten en gaan dan richting station. Ditmaal mooi op tijd, en we kunnen zonder stress opstappen op de trein naar Jodhpur. Ditmaal zitten we in Sleeper class, de laagste klasse wagons met bedden, en worden al snel overspoeld door locals die zich rondom ons op de grond zetten. Ann-Sofie’s been wordt zonder gene gebruikt als armleuning, en wanneer ze tegen 1 dame zegt dat ze gerust mee op haar bed mag zitten, wordt de al krappe 1,8m bedruimte gedeeld door 6 vrouwen. Ze dachten waarschijnlijk allemaal dat het tegen hen was wanneer Ann-Sofie naar het bed wees. Het belooft een gezellige rit te worden!

Wanneer Nick even later aan de praat geraakt met een aantal Medical Students ontdekken we dat het schoolvakantie is. Ze hebben een maand vrij, en hebben besloten om met 20 medestudenten op vakantie te gaan door Rajastan. Een enthousiaste bende, helaas zijn ze op weg naar Delhi, en kunnen we dus verder geen tijd samen doorbrengen. Het wordt een enorm toffe babbel, ervaringen van India worden gedeeld en het blijkt dat de studenten min of meer dezelfde planning voor de boeg hebben als ons, zij het in een andere volgorde. Wanneer Nick terugkeert naar zijn bedje liggen er ondertussen 3 Indische vrouwen uitgestrekt te ronken op zijn bed, hoe kan het ook anders. Rond 23u30 komt er dan eindelijk een einde aan de benarde situatie van Ann-Sofie en komen we aan in Jodhpur, gekend als de blauwe stad. Veel blauw is er momenteel niet te zien aangezien het pikkedonker is, dat zal voor morgen zijn. Een Tuk Tuk brengt ons naar het hotel, waar we al snel in dromenland belanden.

Jodhpur

Een goede nachtrust en ontbijt later zijn we op pad richting de eerste bezienswaardigheid wanneer we tot de conclusie komen dat we best wat zonnecreme zouden inslaan. Om die te betalen heb je geld nodig, en dat blijkt nog in het hotel te liggen. We zijn ondertussen al redelijk ver gevorderd, dus terugkeren zal wel even duren. Nick besluit die taak op zich te nemen en vertrekt op pad. Al snel passeert er een traktor, en na vriendelijk teken doen mag hij met plezier een stukje meerijden. Dit gaat al wat vlotter dan wandelen! En wonder boven wonder moet de traktor zo goed als voor de deur van het hotel passeren, wat een chance. Een pluim voor de traktor chauffeur en bonne chance voor Nick. De hotelbediende kijkt even komisch op wanneer Nick in een minder dan een minuut tijd het hotel binnen en weer buiten wandelt. Er zijn nog geen 5 minuten verstreken en Nick kan al aan de terugtocht beginnen. De eerste Tuk Tuk die passeert krijgt Rs.10 in z’n pollen geduwd met de instructie om te rijden tot het volgende rond punt. Wat verward stemt die in, en 2km later zijn we er. De chauffeur zwaait Nick vriendelijk uit, en vervolgt zijn werkdag weer. Ann-Sofie schrikt zich een hoedje wanneer ze hem na nog geen 10 minuten weer voor haar neus ziet staat, en stuk sneller dan gehoopt.

Jodhpur is best een intrigerende stad, de elektriciteitskabels lopen in een wirwar door elkaar, theeverkopers beschuldigen elkaar van chemicaliën en marktkramers verkopen alles wat maar enigzins waarde heeft. Het is de ideale stad om een hele dag in te verdwalen, kleine steegjes met authentieke blauwe gevels, oude brommers en ambachten alom. Het geeft de indruk dat de tijd hier is blijven stilstaan. De inwoners zijn sympathiek en wijzen ons de weg wanneer we voor de zoveelste keer vanuit een doodlopend straatje terugkeren. Nabij de stepwell in het midden van de stad krijgen we een hongertje en zoeken we een restaurant op, een jochie heeft dit blijkbaar door en zegt ons dat hij een perfect plekje weet. We worden begeleid naar een rooftop restaurant en zien nog net dat de eigenaar wat geld in aan het jongetje geeft, vermoedelijk een comissie om ons daarheen te brengen. Alles lijkt een systeem in India, niemand doet iets zomaar. Onze de menu is zeer beperkt en het restaurant is vies en vuil, onze eetlust is hier al snel over, en dus keren we terug naar beneden, ter verontwaardiging van de eigenaar. Tripadvisor brengt ons naar het ‘Blue Bird Cafe’, 5 sterren uit 45 reviews, kan niet slecht zijn. Wanneer we besteld hebben besluiten we die reviews eens van nabij te bekijken, en al snel lijkt het een louche structuur in te zitten. Veel reviewers hebben namelijk dezelfde profielfoto en slechts 1 review gekoppeld aan hun profiel, verdacht. Van zodra het eten er is, wordt echter al snel duidelijk dat het overheerlijk is en dat al die verdachte reviews het dus bij het juiste eind hadden. Zeker geen slechte keuze dus.

Met hernieuwde energie besluiten we het fort te beklimmen, ettelijke tientallen meters klimmen dus. Met een aantal nodige rustpauzes komen we aan bij de ingangspoort om te horen dat we niet door mogen. Normaal gezien kan je vrij van de ene naar de andere kant passeren, om het viewpoint dat aan de andere kant van het Fort ligt te bezoeken, maar de security beslist daar vandaag anders over. Terwijl locals zonder problemen mogen oversteken – het gaat hier over een strook van nog geen 25 meter buiten de muren van het fort – moeten wij als toerist verplicht een toegangsticket voor het museum binnen de stadsmuren kopen om deze 25 meter buiten de stadsmuren te kunnen kruisen. Compleet absurd. Gezien onze voorliefde voor museums zeer beperkt is laten we de security met lege handen achter en nemen we een Tuk Tuk naar de andere kant van het fort. De Tuk Tuk chauffer zet ons echter niet af aan het viewpoint dat we gevraagd hebben, maar op eentje dat hij zelf gekozen heeft. Hij weigert om ons naar het afgesproken punt 2 kilometer verderop te brengen omdat hij deze locatie goed genoeg vindt. Echter zien we vanop deze plaats enkel bomen en elektriciteitskabels, echt blauw is de stad van hier dus niet te noemen. We besluiten te voet verder te gaan, en komen bijna automatisch uit aan een tweede ingang van het fort. We mogen gratis door van de security, en snappen de hele situatie nu al helemaal niet meer. We beklimmen het fort opnieuw, maar ditmaal dus van de andere kant, en komen uit op exact dezelfde plek als we een half uur geleden vroegen om door te mogen. Onverstaanbaar. We mogen dus wel degelijk vrij passeren, maar blijkbaar had wou de security aan de andere kant hun slag slaan vadaag. Nu we het viewpoint gezien hebben staat er maar 1 iets meer op het lijstje, namelijk Jaswant Thada.

Jaswant Thada is een ivoorwitte tempel omgeven door prachtige tuinen, de ideale plek voor een middagdutje dus. Een uurtje rust later worden ze door de conciërge uitgenodigd om een kijkje te nemen in de binnenkant van de tempel. Mooi om te zien maar toch net iets minder indrukwekkend dan de buitenkant, en dus gaan we na 20 minuutjes weer naar buiten om van de zonondergang buiten te kunnen genieten. De tempel weerkaatst het licht prachtig, en we worden na zonsondergang als allerlaatste weggejaagd van het complex. Tijdens het avondeten naast de Clocktower raken we aan de praat met de eigenaars van het restaurantje waar we genieten van wat lokale gerechtjes. Al snel blijkt dat ze zelf nog jaren in Antwerpen gewoond hebben en zelfs het Nederlands wat machtig zijn. We horen verhalen over frituren, supermarkten en vooral de Samson&Gert Kerstshow! We komen te weten dat ook locals in ‘t zak gezet worden door hun eigen volk, en hoe de systemen achter de bedelaars op straat werken. Het wordt al snel een gezellige avond vol met ongelooflijke weetjes en verhalen; En dan komt er plots een truck langsgereden, maar niet zomaar een. Achterop is een geluidsinstallatie van jewelste gebouwd die op zo’n volume speelt dat we zelfs op 100m van de truck elkaar niet meer kunnen verstaan. En dat terwijl ze er vlak achter aan het dansen zijn terwijl de truck rustig vooruit rijdt. Misschien verklaart dit wel waarom Indiërs zo doof als een pot zijn en zonder problemen het vreselijke toeter geluid op straat en de veel te luide tjingeltjangel muziek in de bussen kunnen aanhoren. Eens gepasseerd ontdekken we dat het een religieus gebeuren is ter ere van Ganesha, en dat ze op weg zijn naar de tempel. Op zo’n manier gelovig zijn lijkt ons precies niet zo slecht.

De laatste dag in Jodhpur spenderen we opnieuw in de kleine straatjes van het blauwe stadsgedeelte, we dwalen in de steegjes rond en worden zelfs uitgenodigd bij mensen thuis, waar we bij een glaasje mangosap kennis maken met de ganse familie. Een glaasje kraantjeswater lijkt onmogelijk af te slaan, en uit respect drinken we het beiden op, met de nodige schrik natuurlijk. Wat later nemen we afscheid, op zoek naar een overzicht over de stad. Het schijnt mogelijk te zijn om op een rooftop te geraken en zo een mooie view te krijgen, dus beginnen we rond te vragen. We hebben niet meteen prijs, maar na een paar minuutjes wil er ons iemand meenemen naar boven. We komen aan op het dak, maar het gebouw is niet hoog genoeg waardoor het zicht nogal beperkt is. Helaas, volgende keer beter dus. De zoektocht blijft gaan, en 10 minuten later staan we op het dak van een vriendelijke Indiër die wel een mooi zicht te bieden heeft. De hele familie komt mee kijken hoe wij genieten van het uitzicht. Na dit panorama te aanschouwen worden we het hele huis rondgeleid, tot zelfs de kelder toe, waat een heuse game-hall opgericht is. 4 chinese namaak playstations naast elkaar en oude CRT-bak-beeldschermen in een dampig en vochtig kot, de ideale setting! Na de vanzelfsprekende selfie nemen we afscheid, en keren we terug naar het hart van de stad om te gaan eten. Onderweg gaat het dagelijkse leven hier gewoon zijn gang. Witte kleren worden in een vat met een knalrood mengsel gekleurd, wegenwerken worden uitgevoerd, geitenvellen zorden zorgvuldig ontdaan van alle haar en er wordt volop gekookt. Na een uurtje wandelen komen we bij hetzelfde cafeetje van gisteren naast de clocktower aan. De uitbater herkent ons meteen en er volgt weer een gezellige babbel. Na het eten nemen ze afscheid en keren we terug naar ons hotel. De dag zit erop, straks de bus op richting Udaipur. Het vergt nog wat onderhandelen om de bus geboekt te krijgen via de travel agency, maar na veel 5’en en 6’en is alles in orde en kunnen we opstappen. Het is een slaapbus met zowaar een dubbele zachte matras, een kussen en fleecen dekentjes, en ook al is het nog maar 18u, het duurt niet lang vooraleer we vertrokken zijn.

Udaipur

De bus zet ons af aan het hoofdplein van Udaipur, waar er geen hol te zien of te doen is, en al zeker niet als het 12u ‘s nachts is. We moeten proberen wifi te zoeken want onze SIM kaart is gisteren vervallen dus 4G hebben we niet meer. Een vriendelijke local maakt een hotspot voor ons en een Uber is rap besteld. Aangekomen aan het hotel ligt het personeel al te slapen achter de bali, met wat schuldgevoel porren we er eentje wakker, en zijn we al snel ingechekt.

Udaipur is gelegen rond 2 meren, Lake Pichola en Fateh Sagar Lake. In het eerste ligt een observatorium op een eilandje, in het tweede een gigantisch paleis en hotel. Als ochtendwandeling starten we langs het eerste meer, waar we (zelfs hier!) kamelensafaris aangeboden krijgen. En dat in een stad. Udaipur is een populaire reisbestemming binnen India voor getrouwde koppels en wordt gezien als een ‘romantische’ stad. Op een karretje achter een kameel in het midden van de weg omgeven door auto’s en getoeter … niet bepaald romantisch als je het ons vraagt. We wandelen langs een supermarkt – op Mumbai na, onze eerste supermarkt in India – en ontdekken er Magnums, met echte chocolade ‘Made in Belgium’ (maar geproduceerd in Thailand, leg ons maar eens uit hoe dat marcheert). We herladen onze SIM kaart en nemen een taxi naar het centrum, waar we de voorbereidingen van een Moslim festival zien, Muharam. Ze bouwen torens van ettelijke meters hoog die ze door de straten dragen. Nu en dan een groepje muzikanten ertussen, en zelfs een man die aan zelfkastijding doet. We worden dichterbij gesleurd door de enthousiaste deelnemers en mogen van op de eerste rij ervaren hoe ver bloed wel niet kan spetteren. Hopelijks doet alcoholgel wonderen, want een aangenaam gevoel geeft het niet echt om beklad te worden door bloed van een ander. Er wordt ons ook verteld dat het vanavond nog grootser wordt, met torens tot wel 30m hoog. Dat de mensenmassa ongezien wordt en dat ze de elektriciteitskabels in de straten moeten doorknippen omdat de torens anders niet kunnen passeren. Dat moeten we meegemaakt hebben, hier komen we straks zeker naar terug!

Ondertussen nemen we een boottochtje op Lake Pichola, waarbij we rond het paleis gevoerd worden. Daarna is het City Palace aan de beurt, waarna we ontdekken dat de uitgang van het paleis exact is waar we moeten zijn voor de optocht van deze avond, hoe ideaal. Langs de staat zien we een klein restaurant met een heerlijk aanbod aan Indische gerechten, en dus besluiten we ons avondeten nog eens op en top Indisch te beleven. Bij het binnenkomen krijgen we te horen dat we snel moeten bestellen, want binnen de 20 minuten “gaat de elektriciteit uitvallen door het doorknippen van de kabels”. Het is dus echt waar! Het volk begint sterk toe te stromen dus van zodra ons eten op is zoeken we een plekje hogerop, met goed zicht over de straten. En daar is de eerste al. De toren is minstens 20m hoog, gedragen door 10 man. Er staat zelfs een generator op om de talrijke lichtjes te doen branden. Ze komen aangestormd op het pleintje en houden in het midden bruusk halt, waarna ze beginnen rond te draaien met de toren. Dan zetten ze die neer op de grond en beginnen ze te dansen en te zingen, waarna ze ze weer opheffen en beginnen te lopen. En zo zijn er maar liefst 30 torens na elkaar. Van piepkleine, gedragen door kindjes van 10 jaar, tot de voorlaatste van tientallen meters hoog, fenomenaal! De laatste lijkt lang weg te blijven, en dus besluiten we reeds richting hotel te wandelen, maar langs de weg die de torens zouden moeten volgen en jawel, nog geen 5 minuten later zien we de laatste toren, maar blijkbaar is er iets stuk gegaan. Vanop een balkon op het 6e verdiep van een gebouw langs de straat proberen ze de toren te repareren, een moeilijke klus blijkbaar, want gedurende de 15 minuten dat we staan kijken zien we geen echte vordering. Na al dit spektakel is het wel goed geweest, en dus besluiten we door te gaan, deze laatste zal wel nog even onderweg zijn. We zijn ongeveer 5 kilometer van het hotel verwijderd, dus wandelen wordt niet echt aangeraden in de donkere en verlaten steegjes van een ongekende stad. Een taxi of Tuk Tuk vinden is schijnbaar onmogelijk, want iedereen is in feeststemming. Tot er een vriendelijke brommerchauffeur aanbiedt om ons te brengen, zalig! Hij zet ons af voor de deur, en wanneer we vragen wat hij wil als bedanking vraagt hij geen geld, maar ons GSM nummer. Dat lijkt ons oke, we wisselen ze uit en nemen afscheid. Udaipur zit erop, morgen nemen we de trein van 6u richting Ajmer, om dan met de bus naar Pushkar te reizen.

Pushkar

Vroeg opstaan is niet echt ons ding, maar de trein wacht helaas niet. om 5u15 zitten we in een Uber op weg naar het station, voor de trein van 6u. Ditmaal is het geen sleeper class, maar een 2nd Sitting, wat gelijk staat aan harde banken. Het is echt maar voor 5u, dus dat overleven we wel. We komen al snel aan en geraken aan de praat met een koppel dat ook naar Pushkar wil, dus een taxi delen lijkt een ideale optie. We worden afgezet aan het hotel zelf, en kunnen al snel onze bagage op de kamer droppen. De straat lijkt wat onder water te staan door de aanhoudende regen, maar echt dramatisch is het (nog) niet. We zoeken het centrum op en gaan iets eten in ‘The Laughing Buddha’, een klein restaurant met 2 tafeltjes, best gezellig! Schuilend van de regen genieten we van een vegan gerecht met uitzicht op het kleine hartje van Pushkar. We houden even een luierdag/avond en gaan al vroeg slapen. Van al dat transport wordt een mens al eens moe.

De volgende ochtend staan we vroeg op, om geconfronteerd te worden met een straat die volledig blank staat. Het heeft blijkbaar de hele nacht geregend, en dat is er duidelijk aan te zien. We ontwijken vakkundig het water door over hekkens en langs muurtjes te lopen, zodat onze schoenen niet gedrenkt worden in de mengeling van water, modder en koeienstront. We beginnen de dag met de beklimming van Savitri Mata Temple, een Hindoeïstische tempel bovenop een berg. Ontelbare Indiërs hebben hetzelfde idee, net als een herder met een kudde geitjes. Samen beklimmen we de honderden treden tot de top. Voor de minder goed te bene mensen is er ook een kabelbaan gebouwd, zo heeft het precies wat weg van een skireis. Eens aangekomen is de ontgoocheling nogal groot, het uitzicht is werkelijk prachtig, maar de tempel zelf stelt niet veel voor. Voor de gelovigen is dit waarschijnlijk een enorm belangrijke plek, maar voor ons als toeristen is er niet veel aan, dus genieten we maar wat van het uitzicht. Het hele landschap is gehuld in wolken en nevel, wat een mysterieus zicht oplevert. Langs aapjes en selfie-trekkende Indiërs die ons ‘toevallig’ op de achtergrond van hun foto proberen te krijgen klauteren we terug naar beneden, wat al een stuk vlotter gaat dan de weg naar boven.

Nu is de Brahma tempel aan de beurt, maar eens aangekomen blijkt dat rugzakken niet mee mogen en dat het Rs.100 is voor een locker. Stom als we zijn hebben we ons geld in het hotel laten liggen en kunnen we dat zelfs niet eens betalen. Een per een naar binnen dan maar, eerst is Ann-Sofie aan de beurt, en 10 minuutjes later kan Nick al naar binnen. In de tempel krijgen we wat zoete gepofte rijst toegespeeld, als enige toerist is het best indrukwekkend te zien hoe oprecht de Indiërs het menen met hun geloof. De Brahma tempel in Pushkar is wereld beroemd, maar naar ons inzien een van de lelijkste tempels die we tot nu toe gezien hebben.

Buiten de tempel worden we al snel meegeleid naar het meer van Pushkar, waar er een ceremonie plaatsvindt om je familie en naasten een goeie gezondheid en een goed leven te wensen. We worden uitgenodigd om eraan deel te nemen, en ondanks het andere geloof worden we alles uitgelegd. Op het einde krijgen we uiteraard een echte rode stip op ons voorhoofd geschilderd en een rood met geel gekleurd armbandje rond de pols ter ere van Ganesha. Mensen wassen zich in het water en helpen elkaar bij het uitvoeren van de rituelen. Na ons gebedje lopen we even wat rond, het is namelijk de laatste dag van Ganesh Chaturthi, een festival waarbij een Ganesha beeld 10 dagen lang aanbidt wordt ter gezondheid en welvaart van de familie. Op de 10e dag wordt het beeld naar het water gedragen en wordt het ondergedompeld of zelfs volledig te water gelaten. De beelden zijn vaak enorm zwaar, en vraagt het dus een aantal man om het te dragen. Indien het echt te groot is wordt het op een jeep geladen, en slechts de laatste meters naar het water met de hand gedragen. Tussen de jeeps door zijn er Tuk Tuks die bloemetjes rondsmijten en bananen uitdelen, en dat allemaal terwijl het bakken regent. Het is een spektakel om te zien, en al snel zijn we kloddernat en beladen met trossen bananen, die wij op onze beurt weer verder uitdelen aan de omstaanders. Na dit spektakel besluiten we een pauze in te lassen voor avondeten, we hebben een klein restaurantje gespot waar ze alles met de hand lijken te maken, en ene pizza en een burger zou er wel ingaan. Het duurt een hele poos (ze maken zels de tomatensaus voor de pizza on the spot), maar het is overheerlijk! De burger is vegetarisch maar ontzettend lekker, en wordt bijgestaan door de beste frieten van heel India (en zelfs beter dan sommige frituren in België, zo lekker!). De pizza was duidelijk van topkwaliteit, want 10 minuten later zit Ann-Sofie te smeken om nog eentje te delen zodat ze er nog wat van kan genieten. Ondertussen wordt duidelijk dat de festiviteiten er nog lang niet op zitten, er rijdt een truck voorbij zoals in Jodhpur, met luide muziek en dansende locals erachter. Er passeren Tuk Tuks met Ganesha beelden en zelfs een gouden koets met witte paarden.

Een dansende guru in een oranje jumpsuit komt ons vergezellen, en geeft ons goesting om mee te doen met een van de mini-festivalletjes. En zo gezegd zo gedaan, voor we het weten staan we te dansen achter een jeep met loeiharde Indische muziek (met liedjes die we ondertussen al wat kennen!) in de gietende regen. Wie had dit gedacht. Iedereen is super enthousiast met onze deelname, en al snel worden we volledig meegesleurd langs de kleine straatjes van Pushkar. De plassen op de grond, die we deze ochtend nog zo hard probeerden te ontwijken, zijn al lang geen zorg meer, en enkele jongetjes vragen zelfs om op de schouders van Nick te gaan zitten. Voor we het weten zijn we 2u onderweg en aan de compleet andere kant van de stad. En daar wordt het feest afgesloten, de jeep versnelt plots hevig en iedereen stopt met dansen, zo sluiten ze feestjes dus af. We nemen afscheid en wandelen terug naar het hotel, alsof we net een duik genomen hebben in het meer plonsen we richting hotel. De kleren leggen we mooi te drogen in de badkamer, al zal dat vermoedelijk niet veel zin hebben in dit vochtige klimaat, maar dat zijn zorgen voor morgen. Moe maar voldaan kruipen we ons bed in, het einde van Ganesh Chaturthi hebben we in ieder geval goed gevierd!

Jaipur

Aangekomen in Jaipur gaan we opnieuw op zoek naar het hotel, we kijken er volop naaruit want volgens de travel agency is dit het chiqueste hotel van de hele trip. Aangekomen in de lobby kan hij wel eens gelijk hebben, marmeren vloer, gigantische lusters en royale zetels, alles is aanwezig. En dan blijkt het volboekt te zijn. De travel agent boekt blijkbaar geen enkel hotel op voorhand, maar vertrouwt erop dat het low season z’n werk wel zal doen. Hier heeft hij zich dus misrekend, en kunnen we er niet meer bij. We kunnen naar een half zo goedkoop hotel om de hoek als we dat willen, maar zo gemakkelijk laten wij ons deze keer niet doen. Net nu we in het beste hotel zitten gaat het niet door, terwijl dat wel in het pakket beloofd was. We proberen hen te bereiken, maar zo evident lijkt dat niet te zijn. De baas is niet op kantoor, onze contactpersoon ligt in het ziekenhuis en de andere werknemers zijn niet geïnteresseerd om naar ons te luisteren. 5u duurt het vooraleer we tot een overeenkomst komen, moest dit de eerste flater zijn die ze begaan hebben hadden we al lang ingestemd met het andere hotel, maar uit principe weigeren we dit te doen. In die tijd krijgen we water en thee geserveerd van het hotel, hebben we de hele middag in de zetel van de lobby doorgebracht en zijn er zelfs enkele traantjes gevloeid. Best plezant, zo’n reisje met een travel agent. We kiezen zelf een hostel uit en gaan er slapen, eindelijk rust!

De volgende ochtend is het sightseeing dag, de winkeltjes langs de straten zijn nog niet geopend, maar de drukte is al volop aanwezig. We passeren groentenmarktjes, geiten in Tuk Tuks en de Palace of Winds. En dan wordt het Nick allemaal wat teveel. De drukte is overweldigend, en dat weegt serieus door. Hij beslist van terug te keren naar de hostel om rustig wat te bekomen, het getoeter op de straten en de aanklampende Indiërs zijn er echt te veel aan. Ann-Sofie daarentegen, die geniet van alles wat er gaande is in de straten en gaat alleen op pad. Van Jantar Mantar tot marmeren paarden met ‘infecties’ (geloof is soms toch iets speciaals) en dametjes die koeienstront gebruiken om een vuurtje te maken waar verse chapati’s op gebakken worden, in India kan het allemaal. Om de dag toch nog mooi te eindigen besluiten we naar de cinema te gaan, Raj Mandir is de grootste Bollywood cinema in Rajasthan, niet te missen dus. Er speelt telkens maar 1 film per week, geen keuzes te maken dus. Deze week is dat Batti Gul Meter Chalu. De zaal is prachtig verlicht, als in een stadschouwburg. Het scherm zit verscholen achter een echt rood doek dat opgeheven wordt wanneer de film gaat beginnen. Van de film verstaan we niet veel, Hindi zonder ondertitels, niet echt aan ons besteed. Wat we wel leren is dat Indiërs zeer expressief zijn als ze naar de cinema gaan, bij romantische momenten tijdens de film wordt er mee luidop gefloten en gelachen in de zaal, terwijl snoodaards gegarandeerd uitgejoeld worden, en terwijl je bij ons boos aangekeken wordt als je je chips te luid op eet, zitten ze er hier volop van te genieten. Een compleet andere ervaring!

De laatste dag Jaipur willen we spenderen aan de highlights, en dus zoeken we een Tuk Tuk die ons de ganse dag wil rondrijden. We vinden er eentje die ons alles wil tonen, en nog een aantal kleine plekjes weet die niet echt toeristisch zijn, ideaal! Eerst is de Royal Gaitor aan de beurt, een herdenkplaats voor overleden Maharajas, wat gelijk staat aan prachtige marmeren gebouwen omgingd door mooi onderhouden groen. Daarna rijden we door naar Amer Fort dat bovenop een berg staat, weer wat klimmen dus. Het is enorm groot, met een prachtig zicht over het omliggend meer met de tuinen en de olifantenstallen van vroeger. De step well, het volgende bezoekje, mogen we niet betreden uit gevaar voor uitschuiven vallen. Het is redelijk diep, en de bewaker vertrouwt toeristen duidelijk niet. Dan maar van bovenaf bekijken, wat nog steeds ongelofelijk imposant is! Onderweg naar een van de chauffeur z’n plekjes stoppen we om een Thali te eten, een lokale schotel met verschillende gerechtjes. Het is duidelijk een druk bezochte eettent voor enkel locals, Engels spreken ze hier niet en we zijn de enige toeristen, we zijn er dus zeker van dat het eten dat we krijgen oprecht Indisch is. En het is heerlijk! De beste thali die we tot nu toe al gegeten hebben.

Na de sublieme maaltijd begeven we ons richting het ‘Water Palace’, oftwel Jal Mahal, een paleis te midden van een meer. Helaas niet toegankelijk voor toeristen, want er zijn geen bootjes en onze zwemkledij hebben we niet mee. De volgende stop is een productie- en winkelhal in één, waar ze bedrukte tafellakens en dekens maken. We zien hoe de patronen aangebracht worden op de stof en mogen even rondkijken bij de kunstenaars, want dat is het echt wel te noemen. Het winkeltje is duidelijk toeristisch, maar plaats om een tafellaken mee te nemen in onze rugzak hebben we niet echt. Daarna is een juwelenwinkeltje aan de beurt waar we een guru ontmoeten, en na een intrigerend gesprek waarin hij enkele persoonlijke zaken weet te raden waarvan we zeker waren dat hij ze niet kon weten vertrekken we, een beetje van ons melk, naar de monkey temple. Gekend om z’n, guess what, monkeys! Het is opnieuw een heuse klim, eerst naar boven, dan weer naar beneden en vervolgens helemaal terug. En dat allemaal voor een paar aapjes. Vanop de heuvel zien we de zonsondergang over de stad, een oranje gloed bedekt Jaipur, waarna wij ons rustig laten terugbrengen naar de hostel.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s