Leh (Ladakh) Deel 2 – India

Dag 11

Stipt om 6u00 komt onze chauffeur aangreden. Niet in een jeep zoals we verwacht hadden, maar wel in een soort van minibusje met 4×4 aandrijving. Plaats genoeg dus voor ons vieren en al de bagage. Nick en de twee Maleisische meisjes, Jayne en Adja, op de achterbank en Ann-Sofie vanvoor. Wanneer we vertrekken merken we al snel dat alle ‘jeeps’ hier eigenlijk minibusjes zijn die in twee kleuren rondrijden, namelijk donkerbruin met geel. Op die manier kan het leger bij de controle posten snel zien of het voertuig een licentie heeft om rond te rijden met toeristen of niet.

Het is nog vroeg in de ochtend en in en rondom Leh zijn de wegen nog niet zo spectaculair. Het ideale moment om nog snel even een powernap te doen zodat we onze ogen kunnen open houden wanneer het landschap spectaculairder wordt. De achterbank van de auto moet speciaal ontworpen zijn voor dutjes, heerlijk zacht en lichtjes naar achter hellend, na nog geen 5 minuten ligt de hele achterbank al te ronken. Ann-Sofie maakt ondertussen kennis met onze chauffeur, Nazir. De auto, inclusief een extra bidon, wordt volgetankt en we zetten koers richting Pangong Lake. Het eerste stukje van de trip zijn de wegen nog geasfalteerd en dus kunnen we mooi tempo maken. Na een klein uurtje stoppen we een eerste keer om snel een fotootje te nemen van het Thikse monastery. Simpel uitgelegd, een verzameling van verschillende witte gebouwtjes op een heuvel, mooi genoeg voor een pauze.

We springen terug de auto in en stoppen even verder voor ontbijt. We slaan meteen ook nog een voorraad banaantjes en appels in voor een heel leger en duiken dan weer de auto in om aan het echte avontuur te beginnen. We passeren de eerste checkpost waar we onze permit moeten tonen en verlaten de mooi geasfalteerde wegen voor hobbelige, stoffige grindwegen. We zijn nog geen tien minuten ver en de weg begint al aardig te kronkelen en te stijgen. Langzaam maar zeker beginnen we aan de eerste bergpas die we over moeten om aan Pangong Lake te geraken. Niet zomaar een bergpas, de Chang La pas staat namelijk bekend als de 2de hoogste berijdbare pas ter wereld. Klinkt alvast veelbelovend. Het landschap is heel ruw, zowat alle omliggende bergen bestaan uit grijs tot bruin grint en er valt werkelijk geen enkele boom te bespeuren. Het is indrukwekkend om alleen maar omgeven te worden door imposante bergen en verder niets. Onze chauffeur rijdt vlotjes naar boven, hij neemt met stijl de ene bocht na de andere, handen losjes aan het stuur en de muziek vollebak. Je merkt duidelijk dat hij dit traject niet voor de eerste keer aflegt. Bij iedere bocht wordt er ijvering getoeterd om tegenliggers te waarschuwen dat we eraan komen. Alle bochten in de beklimming zijn ‘blind’ dus toeteren voor de bocht is een absolute must. Van remmen voor een bocht is echter geen sprake. Dat doet hij wel last minute als er dan effectief een tegenligger in het vizier verschijnt. Uitwijken doet hij dan tot op de millimeter, hij laat net genoeg marge om niet met het kleinste briesje van de berg naar beneden te storten. De ‘vlotte’ Indische rijstijl is even wennen, naar na verloop van tijd moeten we toch toegeven dat we hier met een steengoede chauffeur te maken hebben.

Halverwege de beklimmming verschijnt er beneden een kleine groene vallei. De groene kleur van de afgebakende veldjes met groenten en bomen steekt mooi af met de nogal kleurloze omgeving. Wanneer de zon dan ook nog even doorheen de wolken komt piepen is het zicht compleet. Hoe hoger we geraken, hoe uitgebreider het zicht over de vallei wordt. Terwijl we langzaam hoger kronkelen voelen we dat de temperatuur begint te dalen. We naderen de 4000 meter en sluiten de raampjes van de jeep. Het zicht van de vallei verdwijnt en wordt vervangen door een massa legervoertuigen die ons pad kruisen. De ellenlange rij legerjeeps doet ons afvragen wat die hier eigenlijk doen. De legerbasissen in Ladakh liggen te midden van niets, dus veel kan er precies niet te doen zijn. De legerjeeps zijn imposant, maar vooral ook ontzettend traag. Het ziet er naar uit dat het nog wel even zal duren vooraleer we de top bereiken. Maar dat is buiten onze chauffeur gerekend. Hij haalt z’n beste toeter- en rijkunsten naar boven en slalomt tussen alle legervoertuigen in een recordtempo naar de top. Eens boven laat de zon alle wolken heel even verdwijnen, zodat zelfs de toppen van de omliggende bergen zichtbaar worden. We parkeren en zetten niet veel later onze allereerste voetstappen op 5360 meter, dat is maar 4 meter lager dan de Everest Basecamp, niet slecht! De frisse berglucht doet deugd en geeft ons wat extra energie om nog wat hoger te klimmen richting de typische kleurrijke gebedsvlaggetjes. Terwijl we daar genieten van het uitzicht vragen enkele legermannen of ze een selfie mogen nemen met ons. Aangezien ze het zo vriendelijk vragen stemmen we deze keer nog eens in. Wanneer we even later aan hen vragen of we van hen een foto mogen nemen, omdat ze er best wel komiek uitzien met hun tulband, weigeren ze. In zo’n situaties komen Nick z’n subtiele fotokunsten perfect van pas om toch een fotootje te bemachtigen.

Een half uur later kruipen we weer in de jeep voor de afdaling. De afdaling gaat een pak trager dan de beklimming. De weg ligt er slechter bij, met veel putten en grote losse stenen, en bovendien zijn de bochten super scherp. We prijzen ons nog maar eens gelukkig dat we met een chauffeur op pad zijn en hier niet zelf zitten rond te touren met een moto zoals vele andere toeristen doen. Met een ongeëvenaarde souplesse loodst onze chauffeur ons veilig doorheen de opeenvolging van haarspeldbochten. Dat de afdaling niet zonder risico’s is merken we wanneer we tientallen meters lager enkele autowrakken zien liggen. De restanten van een ongeval van 4 jaar geleden waarbij twee jeeps naar beneden gestort zijn door roekeloos rijgedrag. We kunnen er maar beter niet te lang bij stilstaan en hopen dat we snel beneden zijn.

Een uur later bevinden we ons weer op mooi geasfalteerde wegen die ons in één trek tot aan Pangong Lake zullen brengen. De weg loopt voortdurend langs de rivier die zich door de jaren heen een weg gebaand heeft doorheen de hoge bergkammen. Onderweg passeren we een paar kleine aftakkingen van de rivier waar paarden staan te grazen. Onze attente chauffeur merkt meteen ons enthousiasme op wanneer we de paarden in de verte spotten en last weer een korte pauze in om onze benen te strekken. We genieten van de rust die er heerst, op een paar tsjierpende vogels en het geluid van de rivier na is het er volledig stil. Om wat dichter bij de paarden te geraken moeten we een paar sprongen maken over kreekjes, avontuur verzekerd. We genieten met volle teugen. De rust wordt echter al snel verstoord wanneer ook andere jeeps hetzelfde plan hebben als ons, van zodra de toeristen toestromen maken wij ons uit de voeten. De weg loopt verder tussen de bergkammen door en wordt steeds rechter. Eindeloze stukken rechtdoor worden af en toe onderbroken door een flauwe bocht naar links of rechts. De verleiding om hier eens goed op het gaspedaal te duwen moet ontzettend groot zijn. Om chauffeurs attent te maken omtrent hun eigen veiligheid en die van hun passagiers staan er om de paar kilometer gele borden langs de weg die telkens met een leuke spreuk aanmanen tot veilig rijgedrag. Ann-Sofie vindt ze zo leuk dat ze er een sport van gemaakt heeft om ze allemaal te fotograferen. Om een voorbeeld te geven: “East or West, Safe Driving is the Best”. Da’s toch een pak leuker dan de saaie spreuken langs de Belgische autostrades.

Een twintigtal kilometer verder op de route passeren we een plaats waar marmotten – of “dikke cavia’s” voor Ann-Sofie – hun holletjes graven in de grond. Nick is zo gefascineerd door deze beestjes dat hij ze zowaar op een gratis fotoshoot trakteert. De modellen zijn duidelijk gecharmeerd door dit aanbod en poseren spontaan in verschillende posities. Van kijkend uit hun holletje, tot liggend en zelfs in stokstaartpositie. Met een zacht aaitje op hun kop worden ze bedankt voor hun medewerking en keren we terug naar de jeep. We zijn nog geen half uur verder en een nieuwe stop biedt zich alweer aan. Onze chauffeur heeft Yak koetjes gespot in de verte en wil ons de kans geven deze van dichterbij te bewonderen. Een primeur voor ons, dus dit aanbod laten we niet liggen. We springen uit de auto en proberen ons een weg te banen doorheen de drassige ondergrond richting de Yaks. Echter, bij elke stap dat wij dichter zetten, lopen de arme beestjes twee stappen verder weg. Een onbegonnen werk dus. We besluiten de beestjes niet al te veel op stang te jagen en weer terug te keren naar de auto.

De sfeer zit er ondertussen goed in. Onze chauffeur is duidelijk fan van Indische en Nepalese muziek en draait de ene schijf na de andere. Onze Maleisische vrienden kunnen uit volle borst meezingen… wij doen in ons beste Hindi een poging tot. De kilometers vliegen voorbij en voor we het weten passeren we het eerste bordje dat aangeeft dat we het gebied rondom Pangong Lake binnenrijden. Hoera! Onze eindbestemming ligt nu echt binnen handbereik. Een controlepost en nog wat kronkelende weggetjes later vangen we in de verte een eerste glimp op van het meer. Pangong Lake is met zijn 4350 meter een van de hoogste zoutwatermeren ter wereld, enkel een Tibetaans meertje doet beter. Qua omvang scoort het meer ook niet slecht, in totaal 135 kilometer lang en op z’n breedste punt 5 kilometer breed. 1/3e ervan ligt in India, 2/3e ligt in Tibet (China). Noch zijn hoge ligging, noch zijn lengte, maar wel de kleur van zijn water en de omliggende imposante bergen maken het tot een absolute trekpleister voor toeristen. De kleur van het water verandert continu doorheen het jaar en zelfs doorheen de dag, van helder appelblauwzeegroen naar groen en zelfs grijs. De zon en de wolken spelen hier een belangrijke rol in. Bij onze aankomst wordt het eerste deel van het meer overschaduwd door wolken en heeft het een donker blauwgrijze kleur. Dit deel is bovendien ook bekend van de bollywood film ‘3 Idiots’ en trekt daarom veel Indische toeristen aan. Om de grote mensenmassa een beetje te ontwijken besluiten we nog tien kilometer verder te rijden langs het meer naar een iets rustigere plaats om de nacht door te brengen. De weg is uitgehouwen langs de stijle bergwanden wat ons de hele rit een prachtig zicht over het meer oplevert. Naarmate we onze slaapplaats naderen komt de zon piepen doorheen de wolken en zien we in de verte de kleur van het meer veranderen richting helder blauw. Prachtig! Uiteindelijk arriveren we om 16u00 in onze homestay. We droppen snel onze spullen en haasten ons richting het meer voor het donker wordt. In tussentijd is het water nog maar eens van kleur verandert, ditmaal kleurt het meer terug blauwgrijs. We zetten ons neer en genieten van de rust en stilte die hier heerst. Moe van de lange jeeprit vallen we in slaap in het zonnetje aan de rand van het meer.

Een uur later worden we uit ons schoonheidsslaapje gewekt omdat een overenthousiaste Indiër geinteresseerd is in onze afkomst. Twee blanke mensen die aan een Indisch meer liggen te slapen, dat kom je namelijk niet elke dag tegen. Normaal gezien houden we wel van een babbel, maar deze Indiër zouden we kunnen doodmeppen. Hij mag van geluk spreken dat we hem net sympathiek genoeg vonden om hem in leven te laten. Na een korte babbel keren we terug naar de homestay. Daar staat het eten al op ons te wachten. Rijst met curry en groentjes, voor de verandering. We eten in de keuken zelf, samen met onze gids en nog een paar andere toeristen. Tafels kennen ze hier niet. Er liggen matjes op de grond om op te zitten en er staan mini tafeltjes om je bord op te zetten. Best wel knus en gezellig, en het eten smaakt! We wisselen nog wat reisverhalen uit met onze gids en de Maleisische meisjes en maken de deal dat we hen zullen bezoeken in Kuala Lumpur (waar zij wonen) wanneer we in Maleisie zijn. Even later wandelt er een nieuwe groepje toeristen de keuken binnen en dus maken wij plaast zodat zij kunnen eten. Het is ondetussen al 20u00, hoog tijd om te gaan slapen. We slapen met 4 op een kamer in 1 bed, maar dan wel een gigantisch bed van ongeveer 5 meter lang. Plaats genoeg dus voor iedereen. De dekens die klaar liggen op het bed doen vermoeden dat het hier ‘s nachts berekoud wordt. Elk deken is ongeveer 10 tot 20 centimeter dik en hemels warm. Het duurt dan ook niet lang voor we allemaal naar dromenland vertrokken zijn.

Dag 12

5u30 worden we gewekt door de wekker. Half uitgeslapen strompelen we uit ons king sized bed en beginnen we onze rugzak in te pakken. Blijkbaar heeft het vannacht apenkolen gevroren, maar daar hebben wij alvast niets van gemerkt in ons stulpje. Ann-Sofie heeft als een roosje geslapen, met dank aan de beste en warmste dekentjes ter wereld. Nick daarentegen heeft er een iets woeligere nacht opzitten. Het kan blijkbaar gebeuren dat slapen op grote hoogte een effect heeft op je dromen, sommigen merken hier niets van,voor anderen bestaan de nachten uit hallucinaties. Dromen die in geen woorden te omshrijven zijn, de kamer die plots een 10 keer groter gevoel geeft en uitmondt op een vallei, waarbij de muren vervagen. Of dat mensen de kamer binnen kunnen zonder de deur te openen, maar ze niet meer uit kunnen waardoor het er vol lijkt te stromen met mensen. Het waren stuk voor stuk de meest vreemde ervaringen, elke nieuwe hallucinatie meer verbazingwekkend dan de vorige. Gelukkig is de koelbloedigheid niet gaan lopen, en is Nick verstandigerwijs veilig in bed blijven liggen. De wekker kon maar niet snel genoeg komen. Om 6u00 stipt wandelen we richting de jeep en onze chauffeur staat al op ons te wachten. In tegenstelling tot ons ziet hij er nogal moe en onderkoeld uit. Wanneer we even later een slaapzak op de achterbank zien liggen beseffen we dat hij de nacht doorgebracht heeft in de auto. Blijkbaar is het voor hem te duur om een bed binnen te betalen. Als we dat hadden geweten dan had hij er gerust bij ons mogen bij kruipen of hadden we met plezier voor een warm bedje betaald. Met toch wat schuldgevoel stappen we met zen allen de auto in. De verwarming wordt op maximaal gezet en al snel begint de temperatuur in de auto te stijgen en krijgt onze chauffeur al weer wat meer kleur. Ondertussen speelt Ann-Sofie voor ruitontwasemer door met een vodje de condens op de voorruit continu weg te vegen, aangezien het knopje hiervoor kapot is. Het eerste deel van de route komt overeen met het laatste deel van gisteren. We rijden langs het meer terug tot aan de plaats waar het gisteren krioelde van de toeristen. Zo vroeg in de ochtend zijn we er nu bijna alleen en maken we een korte stop om nog snel even van het uitzicht te genieten en een fototje te nemen. Nick laat dit aanbod aan zich voorbijgaan, hij is ondertussen al volop bezig met zijn gemiste slaap van vannacht in te halen. Bizar genoeg verloopt het slapen in de auto op een heel natuurlijke manier, zonder hallucinaties. Gelukkig maar!

Na een 50-tal kilometer over dezelfde wegen te rijden, splitst de weg en zetten we koers richting Nubra Valley. Meteen na de splitsing verandert ook het landschap rondom ons. De weg is uitgesneden in massieve rotsen, en wordt langs 1 kant omgeven door een hevig kolkende rivier, wat voor adembenemende uitzichten zorgt. Na een tijdje laten we de rivier beneden achter ons en begint de weg weer te stijgen. Hoe hoger we gaan hoe indrukwekkender het ravijn met de rivier beneden wordt. We komen ogen tekort. Stijle haarspeldbochten brengen ons in een mum van tijd naar de top van de berg. Vlak na de top wordt de weg weer breder en de bochten flauwer, waardoor we er nog wat meer vaart kunnen achter zetten. Voor we het weten bevinden we ons alweer een paar honderd meter lager. Halverwege de afdaling stoppen we bij een lokaal eettentje voor ontbijt. Uitgehongerd als we zijn bestellen we alle vier “Bread omelet” en een masala chai. Het perfecte ontbijt om er weer tegenaan te kunnen. Terwijl wij ons omeletje naar binnen spelen helpt onze chauffeur de uitbaters even met het maken van verse momo’s. Fier als hij is toont hij ook even aan ons hoe deze overheerlijke deegwaren gemaakt worden. Een proevertje zit er helaas niet in. Met een goed gevulde maag kruipen we weer de auto in.

We beginnen stilaan te merken dat we de gigantische Nubra Valley aan het naderen zijn. De vallei tussen de bergen worden steeds breder en breder en ook de rivier neemt steeds imposantere proporties aan. Waar ze in het begin maar enkele meters breed was, is dat nu al enkele tientallen meters. Met elke extra kilometer die we afleggen wordt de vallei ook groener. Abrikozenbomen rijzen als paddestoelen uit de grond en zelfs kleine groene weides beginnen deel uit te maken van het landschap. In de verte, boven op een kleine heuvel zien we het Diskit Monastery al liggen. Diskit is de hoofdstad van Nubra Valley, al moet je je bij hoofdstad niet veel meer voorstellen dan een paar straten gevuld met kleine huisjes en een gigantisch monastery. Voor nog geen 30 rupees mogen we het domein rondom het monastery betreden. Onze chauffeur brengt ons in een mum van tijd naar de top van de heuvel waar we een prachtig zicht hebben over de omgeving. Ook hier zijn de weergoden ons gunstig gezind, want tegen dat we boven op de heuvel zijn, maakt de regen plaats voor zonneschijn, waardoor de vallei nog groener kleurt dan voorheen. We zetten ons neer en genieten met volle teugen van het landschap. Even later kruipen we weer de auto in voor het vervolg van onze rit – of dat dachten we toch. Twee straten verder stopt onze chauffeur bij een kleine homestay en vraagt hij ons om even te gaan kijken of deze homestay goed is om de nacht door te brengen. We kijken alle 4 verbaasd naar elkaar, “Stopt de trip hier al?”. Het is nog maar 14u en normaal gezien rijden alle jeeps minstens tot Hunder, een dorpje verder dan Diskit. Diskit is absoluut niet gezellig en er is nog meer dan tijd genoeg om een stukje verder te rijden. We komen daarom zelf met een voorstel af. We vragen onze chauffeur om verder te rijden tot Turtuk, het laatste Indische dorpje voor de Pakistaanse grens. Het leven zou daar nog heel authentiek zijn en er komen amper toeristen. De perfecte locatie dus om onze laatste nacht van onze driedaagse trip door te brengen. Turtuk ligt 80 kilometer verderop, in totaal dus zo’n 160 km meer dan voorzien, dus moet er even overlegd worden met de baas hoeveel ons dat gaat kosten. Na een paar telefoontjes en met dank aan de excellente onderhandel skills van Nick kunnen we voor 400 rupees per persoon onze trip verder zetten richting Turtuk. Hoera!

Turtuk is nog 2-3 uurtjes rijden en dus zet onze chauffeur er vaart achter zodat we nog voor zonsondergang arriveren. We passeren onderweg de ene legerbasis na de andere en al snel geraken we de tel kwijt. Tot een aantal jaar geleden behoorde dit gebied nog tot Pakistan, wat de grote aanwezigheid van het leger verklaart. Los daarvan is het landschap ook hier weer prachtig. De bergen worden terug wat ruwer en langzaam maar zeker beginnen we te stijgen. Gedurende de hele rit blijven we in de buurt van de rivier en de bergen. Af en toe verdwijnt het pad even en is het zoeken naar de juiste weg tussen een hoop losse stenen, wat grint en kleine riviertjes. Maar onze chauffeur kent de weg hier op zen duimpje en brengt ons telkens weer met het grootste gemak op het juiste pad.

Onderweg passeren we slechts 2 kleine dorpjes die nog geen straat groot zijn. Het lijkt echt alsof de tijd hier is blijven stilstaan. Qua populatie schatten we het aantal mensen versus ezels gelijk in. Geen wonder dat hier zoveel ezels rondlopen aangezien dit het enige lokale transportmiddel is. Vrouwen zijn hier nog traditioneel gekleed en kindjes zwaaien enthousiast naar ons wanneer we passeren. Qua educatie is er echter nog werk aan de winkel. De enige school die aanwezig is is een militaire school voor kinderen. Al van jongsaf aan worden alle jongens opgeleid om in het leger te gaan en de landsgrenzen te verdedigen. Of de meisjes überhaubt naar school gaan hebben we het gissen naar, we kunnen maar moeilijk vatten dat mensen zo ver van alle beschaving kunnen leven.

Het laatste dorpje voor de Pakistaanse grens is uiteindelijk Turtuk. Net voor we binnenrijden zien we een aantal mannen druk bezig met pek te smelten om te gebruiken als lijmlaag voor de nieuwe asfalt die ze plannen te gieten; stinkt verschrikkelijk! Turktuk zelf is verrassend groen, overal vind je abrikozenbomen, kleine rijstveldjes en zelfs hier en daar kleurrijke bloemetjes. Het dropje wordt in twee verdeeld door een helderblauwe rivier. De ene kant is bereikbaar met de auto, terwijl je de andere kant enkel te voet kan verkennen, met twee wandelbruggen als tussenverbinding. We droppen onze spullen in de homestay en reppen ons weer naar buiten om nog een stuk van Turtuk te verkennen voor het donker wordt. Onze chauffeur biedt zichzelf aan als gids, een aanbod dat we niet kunnen laten schieten. Hij wil ons graag een klein museum tonen waar traditionele voorwerpen en kleren vanuit Turtuk worden tentoongesteld. Eenmaal aangekomen blijkt dat de uitbater van het museum vandaag niet thuis is en dus keren we van een kale reis terug. Maar niet getreurd, onze chauffeur weet zowaar nog een tweede gelijkaardig museum zijn, aan de overkant van de rivier. We kruisen de brug en komen meteen in het echte authentieke Turtuk terecht. Kleine wegggetjes worden omgeven door nog kleinere water kanaaltjes die van overal lijken te komen. De huizen zien eruit alsof ze geboetseerd zijn uit klei met hier en daar een steen er tussen. Bovendien is alles hier op dwergenformaat gemaakt, de houten deuren die toegang geven tot de huizen reiken amper tot aan onze ellebogen. Ezels en koeien zijn de huisdieren bij uitstek, en dat mag zelfs letterlijk genomen worden. Veel dieren hebben zowaar een eigen plaatsje in het huis gekregen. Wat een luxe. Ook hier is de lokale bevolking nog traditioneel gekleed en de diepe rimpels op hun voorhoofd doen ons vermoeden dat ze al 100 oorlogen en ijstijden hebben meegemaakt. De inwoners van Turtuk worden echter niet graag gefotografeerd, dus beperken we ons hier tot de huisjes, de omgeving … en onszelf! Na 2 dagen met elkaar op pad te zijn is het hoog tijd om eens een groepsfoto te nemen. Eentje om in te kaderen. Na de groepsfoto zijn we even de weg kwijt richting het museum,maar drie lokale meisjes hebben dat in de gaten en brengen ons met plezier naar onze bestemming. Binnen maken we kennis met de traditionele klederdracht van vroeger en nu en ook landbouwwerktuigen en keukengerief worden tentoongesteld. Onze chauffeur doet bovendien zijn uiterste best om bij alles wat uitleg en zelfs een demonstratie te geven. Wat een leuke namiddag.

Van al dat rondwandelen hebben we ondertussen honger gekregen, hoog tijd om dus op zoek te gaan naar iets om te eten. We vinden al snel een restaurant met een uitgebreide kaart, waar iedereen wat vindt naar zijn zin. Echter, wanneer we willen bestellen blijkt álles uitverkocht te zijn, behalve 1 gerecht. Volgens ons serveren ze gewoon maar 1 gerecht, want met de schaarse hoeveelheid toeristen die hier passeert lijkt het ons zeer onwaarschijnlijk dat gerechten ‘uitverkocht’ zijn. Jammer voor de eigenaar, maar we besluiten van locatie te veranderen en belanden zo bij een klein eettentje aan de overkant van de rivier. Om het wat vooruit te laten gaan bestellen we 4 maal noedels. Na 1 uur zitten we nog steeds met onze vingers te draaien. Misschien moeten ze de groentjes nog zaaien en de noedels nog maken? Nieuwsgierig als we zijn gaan we een kijkje nemen in de keuken. Daar treffen we maar liefst 3 man aan, eentje is druk in de weer met het zorgvuldig kuisen en snijden van de groentjes, de andere twee kijken rustig toe. Water om de noedels af te koken is nog nergens te bespeuren. We zullen dus nog een beetje geduld moeten oefenen. We keren terug naar onze tafel en maken er ondertussen nog een gezellige avond van. En dan eindelijk… na 1,5 uur verschijnt het eerst bord noedels op tafel. Nog eens een half uur later het tweede en niet veel later het derde en het vierde bord. Ze zijn heerlijk, het wachten dus meer dan waard! Moe maar voldaan keren we terug naar onze homestay. We spreken morgen om 7u00 af bij hetzelfde eettentje voor ontbijt. Slaapwel!

Dag 13

Het oorspronkelijke plan was om 9:30 te vertrekken zodat we in de vroege ochtend nog even doorheen Turtuk konden slenteren. Dat plan hebben we helaas moeten wijzigen naar 7u00 ‘s morgens omwille van de lange jeep rit richting Leh. Er zit dus niets anders op dan onze ochtendwandeling te verschuiven naar 6u00. Om 5u30 springen we uit ons bed en pakken we snel onze rugzakken in. Iets voor zes vertrekken we op pad. We kruisen de brug en verkennen een stukje van Turtuk dat we gisteren links lieten liggen. We treffen hier dezelfde kleine straatjes en huizen aan, alleen veel rustiger dan gisterenavond. Het leven moet nog volop op gang komen. Het is muisstil in de straten, zelfs de ezeltjes lijken zich nog in dromenland te bevinden. Op 1 local na die al druk in de weer is op de rijstvelden liggen alle inwoners van Turtuk nog te ronken. Na een halfuurtje verdwalen doorheen de straten komen we uit bij het “Garden View Cafe”. Uiteraard nog gesloten op dit uur, maar het heeft alleszinds zijn naam niet gestolen. Van in de tuin zouden we wel eens een prachtig uitzicht kunnen hebben over de vallei rondom Turtuk. We besluiten het erop te wagen en kruipen over de – niet al te moeilijk te trotseren – omheining, die is hier gemaakt op formaat van de inwoners, met 1 grote stap staan we dus al snel in de tuin. Onze verwachtingen worden volledig ingelost. We worden beloond met een panoramisch uitzicht over de omgeving, ook de zon is van de partij wat het plaatje compleet maakt. Erg lang durven we niet te blijven, we maken ons snel uit de voeten voor de eigenaar komt opdagen. Het is bovendien ook hoog tijd om terug te keren naar de eettent van gisterenavond voor ons ontbijt.

7u00 stipt zijn we op de afspraak. Maar geen chauffeur en geen Maleisische meisjes te bespeuren. Zouden we op de verkeerde locatie zijn? We besluiten even te wachten en na een kwartiertje komen ze dan toch aangehuppeld – met al hun bagage op hun rug, terwijl de onze nog in de homestay staat. Terwijl wij op hen zaten te wachten bij het ontbijt zaten zij tevergeefs op onze deur te kloppen in de homestay – oeps. Met wat vertraging zijn we compleet en bestellen we ontbijt, 2x pancake en 2x maggi. Aangezien dit en hele opgave zal zijn voor de onderbemande keuken – er is slechts 1 iemand aan het werk – nemen we ondertussen rustig de tijd om onze bagage te gaan halen. Het duurt weer een eeuwigheid maar ons wachten wordt beloond, de pancakes zijn letterlijk cakes van 2-3 centimeter dik met dikke strepen chocolade erover. Een droom die uitkomt voor Nick. Bij elke hap die hij neemt beginnen zijn oogjes meer te fonkelen. Ongetwijfeld het beste ontbijt dat hij in jaren gegeten heeft. Meer dan voldaan stappen we een uur later dan gepland de auto in richting Leh. Op het programma vandaag: Kamelensafari in Hunder en het kruisen van de Khardung La pas.

De eerste 100 km zijn hetzelfde als gisteren, het landschap is even fenomenaal, dus veel woorden hoeven we daar niet aan vuil te maken. Wanneer we na 3 uur weer aankomen in Nubra Valley stoppen we deze keer in Hunder. Een klein dorpje dat niet ver van Diskit ligt en bekend staat om zijn kamelen en kleine zandduinen. Kamelen in de Himalaya, een mens zou zich afvragen hoe die daar terecht komen. Blijkbaar worden de beestjes vlak voor het hoogseizoen richting Nubra Valley gewandeld en vlak voor de winter weer terug gebracht naar warmere gebieden. Ze zijn hier dus speciaal een attractie voor de toeristen, wat eigenlijk een beetje zielig is. Toch neemt onze nieuwsgierigheid om ze van dichtbij te bewonderen de bovenhand en besluiten we een kijkje te gaan nemen. Een hele kudde ligt klaar op de grond om een kennismakingsritje van 15 minuten te maken doorheen de duinen. Een kans die we maar moeilijk kunnen laten liggen en dus besluiten we ervoor te gaan. Tot onze verbazing zijn dit heel stabiele beestjes en zitten ze comfortabeler dan verwacht (volgens Ann-Sofie dan toch, meningen kunnen verschillen). Het is wel nogal een speciaal gevoel om gevangen te zitten tussen twee bulten, vraag maar aan Nick. Na deze korte kennismaking kijken we alvast uit naar de langere kamelensafari die we gepland hebben in Jaisalmer. We sluiten ons bezoek af met enkele foto’s van onze rijdieren, maar ook van de ezels en koeien die op het zelfde domein aan het grazen zijn. Stuk voor stuk fotogenieke beestjes.

We vervolgen onze route richting de Khardung La pas, de hoogste bereidbare bergpas ter wereld (5360 meter) en meteen ook de laatste hindernis die we moeten overwinnen voor we weer in Leh aankomen. Onze chauffeur begint er met vol enthousiasme aan. Tegen 70 per uur scheuren we doorheen de smalle bochtige wegen naar boven. Nick heeft ondertussen wijselijk besloten van een dutje te doen. En maar goed ook, hoe hoger we gaan hoe enger de rit wordt. Alle bochten zijn blind en toch blijven we volle vaart vooruit gaan. Toeterend voor elke bocht en als er dan toch eens een tegenligger komt gaan we vol in de remmen en moeten we uitwijken naar de ravijnzijde van de baan. Het is echt millimeterwerk maar onze chauffeur blijft er rustig onder – hij benadrukt dat we in goede handen zijn. De weg naar boven is een hels avontuur, maar met elke extra bocht die we nemen geraken we er steeds meer van overtuigd dat we met een krak van een chauffeur te maken hebben.

Op 20 kilometer van de top – ongeveer halverwege de klim – nemen we een korte pauze om even te bekomen en een hapje te eten. Een tomatensoep en weer een hele hoop noedels later kruipen we de jeep in voor de laatste kilometers richting de top. Het weer slaat volledig om. De zon maakt plaats voor donkere wolken en het begint te regenen. In de verte zien we de top van de berg verdwijnen in de wolken. Dat is goed nieuws zegt onze chauffeur. We gaan volgens hem getuigen zijn van de allereerste sneeuw op de top dit seizoen. Klinkt als muziek in de oren, en al zeker voor onze Maleisische reisgenootjes. Voor hen wordt het de allereerste keer sneeuw in hun leven. Euforie alom in de auto. Langzaam wordt de perfecte afsvalt weg vervangen door zand met diepe putten en hier en daar een hoop stenen, en komen we in de wolken terecht. De temperatuur daalt snel en voor we het weten wordt de regen omgetoverd in smeltende sneeuw. Vreugdekreten weerklinken op de achterbank; de ramen gaan open, handen naar buiten en de camera wordt zelfs boven gehaald om dit fenomeen te filmen. Voor ons is het onbegrijpelijk dat dit zoveel vreugde kan opleveren. Wij houden ons hart al vast voor wanneer de smeltende sneeuw verandert in echte sneeuw. Nog geen 5 bochten later is het al zover. De eerste echte witte vlokken vallen neer op de voorruit van de auto. Het fototoestel van onze Maleisische vriendjes maakt overuren en zelfs filmpjes met beeld en commentaar worden gemaakt voor het thuisfront. Ondertussen blijft onze chauffeur geconcentreerd verder rijden, De sneeuw blijft liggen en maakt van de wegen een sneeuw- en modderpoel. Zigzaggend van links naar rechts banen we ons een weg langs de motorijders die onderuit gegeleden zijn of niet meer verder durven te rijden. In Europa zouden we al lang met sneeuwkettingen moeten rijden, maar hier is dat niet nodig, hier beschikken we namelijk over de beste chauffeur ter wereld. Ontwijken van putten, ravijnen, tegenliggers – de Indische chauffeurs doen het allemaal met twee vingers in hun neus. Daar kunnen ze in België nog wat van leren.

Ondertussen is het landschap volledig wit gekleurd en zijn we mog naar enkele bochten van de top verwijderd. De weg wordt versperd door een vrachtwagen die zichzelf heeft vastgereden. Het ideale moment om even uit de auto te gaan en die heerlijk verse sneeuw eens aan te raken. Terwijl onze Maleisische vriendjes ontdekken dat sneeuw vastpakken zonder handschoenen niet het beste plan is, testen wij als experts even de kwaliteit ervan. Hij plakt mooi aan elkaar, perfect voor een klein sneeuwballen gevecht als we op de top zijn. Met die gedachte stappen we terug de auto en en leggen we de laatste meters af richting de top. Het zicht is nihil, het tempo bijgevolg bijzonder traag, maar de sfeer is geweldig. Tien minuten later arriveren we op de top. De auto staat nog niet eens gepakeerd en onze Maleisische vriendjes staan alweer te dansen onder de neerdwarrelende vlokken. Terwijl zij staan te dansen, rollen wij samen met onze chauffeur een paar sneeuwballen. Ondanks het gebrek aan sneeuw de laatste jaren in Belgie zijn we onze sneeubal-werpkunsten nog niet verleerd. Onze eerste worp is meteen raak en betekent ook de start van een waar sneeuwballengevecht. De pret kan niet op! Tussendoor maken we ook snel nog even tijd voor een foto op de top en uiteindelijk stappen we volledig onderkoeld en ondergesneeuwd weer de auto in. Nog 40 kilometer afdalen voor we weer in Leh arriveren.

Het eerste stuk van de afdaling levert gelijkaardige taferelen op als het laatste stuk van de beklimming. Sneeuw, modder, putten en sukkelende motorrijders. Een tiental bochten verder rijden we langzaam uit de wolken en klaart het weer helemaal op. De zon is weer van de partij en trakteert ons zo op een prachtig uitzicht over de afdaling. We slalommen vlotjes naar beneden en langzaam maar zeker zien we Leh in de verte liggen. Goed voor een laatste stop en een groepsfoto om onze trip af te sluiten. Een half uur later worden we weer veilig aan onze hostel gedropt. Moe maar voldaan nemen we afscheid van onze chauffeur. In de hostel boeken we snel een kamer voor vier en doen we naar goede gewoonte eerst een dutje om ons energiepijl weer wat op te krikken. Een schoonheidsslaapje en een douche later vertrekken we richting Gesmo’s om met zen allen Yak Cheese Pizza te eten om ons avontuur samen af te sluiten. Hoera!

This slideshow requires JavaScript.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s